Over deze blog

Een blog krijgt telkens het recentste bericht bovenaan. Als je dus van het begin af aan wil lezen moet je met het onderste bericht op pagina 1 beginnen. Er staan in deze blog telkens tien berichten per pagina.

donderdag 18 juli 2013

Met zeven op stap.

Het is intussen bijna twee weken geleden dat ik nog in een auto zat. Hoe zou het voelen na drie maanden? Hopelijk kunnen we dit ook nog ooit eens vertellen. De rit ging van de gemeentelijke camping in Sézanne naar de E.Leclercq in datzelfde Sézanne. Samen met Nele eventjes wat voorraad gaan halen voor morgen. We slapen op vernoemde camping als gasten bij Bart en Nele.
Na de barbecue-op-zijn-Frans bij Didier en Marie in Champaubert en een heerlijk verkwikkende nacht in hun mooie chambres d'hôtes ('La Vallée heureuse'), gaan we rond 8 uur op stap en hebben een kleine 4 kilometer verder afspraak met Bart, Nele en hun drie kornuiten. Ze stappen vandaag mee, 20 kilometer terug tot op de camping. Eerlijk gezegd hield ik mijn hart een beetje vast vanwege de ervaring van gisteren, maar de tocht ging zelfs een stuk vlotter dan gisteren. Chapeau voor Dythe, Michiel en Lowiek!
We worden in de watten gelegd dat het niet meer mooi is, maar als pelgrim moet je leren gastvrijheid in dank aanvaarden, naar het schijnt. Mijn leerproces is nog niet helemaal af. Ander noemenswaardig feit is dat we vandaag een ander Compostella-pelgrim ontmoetten, een eerste maal alleen en enkele kilometer verder in het gezelschap van twee Franse pelgrims uit Saint-Omer.
En nu genieten van de aangeboden thee, de fruitsla en straks van een tentnachtje op volwassen luchtmatrassen.
Ons stempelboekje met de twee eerste pagina's gevuld.
Onze gasten en gastheren voor de dag: bovenste rij vlnr Dythe, Lowiek, Bart, Nele en Michiel. Onderste rij: Jutta

Een ontmoeting met collega-pelgrims ... het wordt stukje bij beetje meer pelgrimstocht.
Een eenzame klaproos in het asfalt... het mooie zit hem soms in de details.

woensdag 17 juli 2013

Er zijn zo van die warme dagen

Champaubert: een verloren gat in het land waarvan de zegswijze doet vermoeden dat God Himself er zijn zevende dag doorbracht. De temperatuur is er evengoed veel te hoog. Sylvies thermometertje wees deze namiddag 40 graden aan. We hebben ontdekt dat de paraplus, die we nu al zo'n 300 kilometer werkeloos meezeulen, in deze ook nuttig kunnen zijn.
Voorbije nacht kan geen onverdeeld succes genoemd worden: de kamer is niet voldoende afgeschermd tegen de warmte en de slaap wil niet goed komen, het zweet echter wel. Dat komt in stroompjes uit de poriën gekropen. Het lijken wel 1000 kleine bronnetjes. Om zeven uur zijn we al in de weer om onze rugzak in te pakken, om half acht zitten we aan de ontbijttafel en om vijf na acht staan we op straat. De ochtend is koel, de weg is stijgend en de benen nog moe, vooral die van Mieke. Maar het uitzicht is weerom schitterend, tot we voor de rest van de morgen het bos intrekken. Veel last van wilde dieren hebben we niet: de slakken vallen ons niet aan en de reetjes zijn zelfs bang van ons.
In Montmort-Lucy vinden we een klein stukje paradijs in de schaduw. Meer moet dat niet zijn om een uurtje te verpozen. Maar eens we opnieuw de weg opgaan, is deze recht, warm, saai en zonder schaduw. Mieke wil een test met de paraplu's en na een beetje bijstellen en opnieuw vastmaken hebben we elk ons mobiel privé-schaduwplekje boven het hoofd. Toch moeten onze hoofden er roodgloeiend hebben uitgezien toen we bij het gastgezin aankwamen. De allereerste vraag van onze gastvrouw was immers of we een glas fris water wilden!
Een stijgende start met lome benen, maar het landschap maakt één en ander goed.
Nood aan rust na 15 kilometer bos
Parapluutje, parasolletje, deze zijn hoe dan ook voor het zonnetje.
Ik heb al op minder comfortabele plekken aan de blog gewerkt.

dinsdag 16 juli 2013

Pelgrimstarief

De nacht bij Anna en Didier verloopt iets minder vlot dan verwacht. Ik moet nog wat zuiniger leren worden bij het avondmaal, vooral als het gaat over warme keuken. Het probleem in casu is dat Anna een heel goeie kokkin is. Didier zal daar wel niet direct een probleem mee hebben, maar wie dit leest, begrijpt de betekenis van mijn woorden. Ik vind het evenmin haalbaar om telkens kond te doen van mijn kwaal. Het plan om reeds rond acht uur op pad te gaan blijft evenwel overeind, we willen koste wat kost de vroege uurtjes gebruiken om een serieus deel van het traject af te haspelen. De verhalen in gedachten van pelgrims die reeds om vijf uur in de morgen de benen uitslaan, is dit zeker niet overdreven vroeg. Het eerste gedeelte van de wandeling loopt door de bossen, waar we te maken hebben met agressief vliegend wild. Het komt erop neer dat ik de laatste kilometer door het bos quasi in looppas afleg, opgejaagd door tientallen van die beesten die me langs alle kanten belagen. De open plek brengt redding. Balans: een tiental beten. Muggen, dazen, steekvliegen, noem maar op.
De rest van de wandeling is adembenemend mooi. We overschouwen de Marnevallei met zijn honderden hectaren wijngaarden en steken ze over. Halverwege, aan de oevers van de Marne zelf, staan broer Bart en schoonzus Nele uit de Gaverstraat klaar met een koud buffet om U tegen te zeggen! Kersen van pa en ma's kerselaar uit de Gaverstraat bij het aperitief en aardbeien van biobroer en brioboer Pol uit ... de Gaverstraat als dessert. Verwennertjesdag dus. Dankjewel Gaverstraters!
We landen rond half vijf in het dorpje Moussy waar een bakker, een haarkapper en een hotel netjes samen langs de weg staan. We maken van de diensten van elk van deze zelfstandigen gebruik en wel in dezelfde volgorde: de bakker zorgt voor ons avondmaal, de kapper bevrijdt me van de veel te warme baard en het hotel zou moeten zorgen voor een frisse blik morgenvroeg. Kapper en hotel hebben zelfs een eigen pelgrimstarief.
De teller staat op 322,2 m. Slaapwel!
Eventjes een stempeltje halen bij de plaatselijke neringdoeners.
De Marnevallei zit boordevol Champagne-in-spe
Een Gaverstraatpicknik aan de oevers van de Marne
Baard wegwerken aan pelgrimstarief (5€)

maandag 15 juli 2013

Via Campaniensis

Vanaf vandaag wordt het allemaal nog een stukje echter. We volgen vanaf Reims de 'Via Campaniensis' ofte de 'Voie Champenoise'. Dit is een stuk pelgrimspad met een stuk drukker pelgrimsverkeer. Dit merken we al direct bij het verlaten van de Champagnehoofdstad, waar we op een wegwijzer stuiken die ... ja ... die de weg aangeeft zeker? De weg naar Compostella uiteraard: nog 2400 kilometer. Maar volgens ons maken ze dan wel een serieuze omweg hoor.
Daarvoor zijn we nog binnengesprongen bij een SFR-kantoor in Reims om orde op zaken te stellen in verband met onze Frans simkaart, want dat was een lijdensweg tot nu toe. Blijkt nu dat het in Frankrijk verplicht is om aparte simkaarten te hebben voor telefoon en voor internet. Hetgeen ik dus wou: een kaartje om mee te bellen en ook op internet te kunnen, blijkt gewoonweg niet mogelijk. Enfin, we hebben dus een tweede kaartje gekocht en vragen straks (of, bij deze) aan Saskia om mijn 'gewone' GSM mee te brengen.
Nu, alle telefoonperikelen ten spijt, ontmoeten we Bart en Michiel toch bij het verlaten van Reims. We zien plots in de verte twee molenwiekende fietsers en dat zijn ze, juist op het moment dat we de allereerste wijngaard tegenkomen. We delen brood, sardientjes en koekjes en trekken samen een zevental kilometer op met de afspraak dat we elkaar morgen aan de brug over de Marne terugzien voor een ietwat deftiger maaltijd.
Algauw zitten we middenin de wijngaarden, passeren we dorpen waarin de Champagnehuizen het straatbeeld vullen en ondervinden we dat het schuimende goedje inderdaad op hellingen gekweekt wordt. Uiteindelijk bereiken we rond vier uur dertig onze dagbestemming: het dorpje Germaine, waar een vriendelijk echtpaar ons onderdak en eten verschaft. het systeem werkt: een telefoonnummer bellen overdag en tegen de avond staat iemand je aan de kerk op te wachten om mee te tronen naar een particuliere woning. Het zal niet elke dag pakken, maar het is een leuike manier van reizen en van kennis met mensen te maken. Didier en Anna zijn eveneens onderwijsmensen, gespreksstof genoeg dus!
In Reims staat de weg behoorlijk goed aangeduid, maar 2400 km???
Bart en Michiel komen al even loeren waar we ergens tussen de Champagne-wijngaarden aan het stappen zijn
De 'Rue Dieu' leidt naar de kerk in Germaine ... hoe  simpel kan het zijn!

zondag 14 juli 2013

Even stilstaan

En wij die dachten dat we een dag koppenlopen zouden hebben vandaag in Reims! Niets is minder waar. De voormiddag van onze eerste rustdag gaat op in het bijhouden van foto's, beantwoorden van mails., nakijken van Smartschool, Facebook, Gmail en Skype, documenteren van de blog enz... Met excuses aan de volgers die iets stuurden en geen antwoord kregen. Ik denk aan Miek, aan Stijn, Steven, Betty, Jaklien, Tosca, Hanne, Stefaan, Marleen, Ginette, Francis, ... Dankjewel lieve mensen, maar vergeef het ons dat we reacties schuldig blijven.
Na de middag trekken we de stad in op zoek naar een belegd broodje. We treffen een lege stad aan. Quatorze Juillet is voor de Reimelingen (of hoe noem je die mensen) zo te zien vooral een dag om niet in de stad te komen. Alleen in de kathedraal vinden we wat toeristen die, net als wijzelf trouwens, zich vergapen aan de majestuositeit van het gebouw. Het geroezemoes van twintig verschillende talen dooreen en het nutteloze geflits van de pocketcamera's laten niet toe om tot bezinning te komen. We halen een stempel aan de infobalie en zetten onze zoektocht naar een belegd broodje verder. Dat vinden we recht tegenover de Sint-Jacobskerk, die we deze avond hopen te bezoeken, als ze open gesteld wordt.
Met een kleine omweg langs de Place de la République (geen kat), de Place Royale (geen kat) en de Place de l'Hôtel de Ville (één auto) keren we terug naar het Centre Diocésaine. In de kleine maar stijlvolle kapel van het Centre zijn we nog maar eens alleen, maar kunnen we dientengevolge wel eens tot bezinning komen en de essentie van onze pelgrimstocht in gedachten nemen. Ik neem de mensen in gedachten die een 'opdracht' mee gaven, maar ook degenen die dat niet deden, maar dat wellicht graag gewild zouden hebben. Ik denk aan Annie, aan de papa van Louis en Loulou, de mama van Zyncke, aan de zusters van Aalbeke en aan deze die we in Rwanda leerden kennen, aan 'Aagje', die een moedig besluit heeft genomen, aan onze ouders, onze kinderen, onze Louise en haar ongeboren neefje/nichtje, aan Maarten, aan Louis en Brecht, Goedele, Willem en Soetkin. Ik probeer iedereen te herinneren, maar het zal me nooit lukken. Ik ben Evelien vergeten en Simon en Charlotte. De lieve leerlingen van de eerstes en de derdes, onze fantastische buren, de collega's, broers en zussen, ... ze moeten er allemaal nog bij en ze kunnen er ook bij!
Morgen trekken we verder naar het zuiden, naar Troyes. Wellicht ontmoeten we dan al eens een collega-pelgrim, want we komen op een bekendere pelgrimsroute. We houden jullie in elk geval op de hoogte!
We hebben deze schitterende binnenkoer voor ons alleen!
Ontbijten met de tablet bij de hand ... soms ben je afhankelijk van de signaalsterkte!
Het ziet  er zelfs naar uit dat we de ganse stad voor ons alleen hebben.
Even tot bezinning komen gaat beter in deze kleine kapel dan in een kathedraal vol toeristen.

zaterdag 13 juli 2013

Dierenvrienden

De dag begint met zeven slagen uit de klokkentoren van de kerk te Guignicourt. We hebben om 9.30 uur afgesproken met Annie en Carlos en hebben dus even de tijd om onze tent, slaapmatjes, slaapzakken enz. op te bergen in de rugzakken. De tent moet ook eerst gedroogd worden in de ochtendlijke zonnestraaltjes, een werk waarvoor enig geduld vereist is. Maar ik heb in deze twaalf dagen al geleerd dat wachten niet noodzakelijk altijd oersaai en volslagen zinloos moet zijn. We gebruiken een koffie op het terras van de camping en werken er meteen ook ons ontbijt naar binnen. Tegen de tijd dat we allebei nog een sanitaire stop gemaakt hebben, zijn onze tijdelijke tochtgenoten ter plaatse en kunnen we de dagtocht aanvatten. 25 kilometer, maar zonder de grote rugzak annex Carrix, die in de wagen van Annie en Carlos blijft en deze avond achterkomt. Na onze goeie daad van gisteren met weggelopen Bobby, voorzien we vandaag bij onze picknik een kolonie mieren van voldoende broodkruimels voor een heus mierenfeestmaal en helpen we een schaap redden dat in het verbindingskanaal tussen Aisne en Marne gesukkeld was. Voor de vis die op het kanaal drijft kan zelfs mond-op-mond beademing geen baat meer brengen volgens Annie. We doen dan ook geen poging. Verder lopen we het eerste deel van de dag door alweer uitgestrekte akkers met vooral graansoorten en hier en daar wat aardappelen, luzerne, zonnebloemen en één enkel papaverveld. Tot in de hoofdstad van de Champagnestreek is echter nog geen enkele druif te vinden, laat staan een wijngaard.
Nu zijn we in Reims, ons eerste grote ankerpunt. De kilometerteller van de gps staat op een goeie 275 kilometer. Dat zijn er een kleine 50 meer dan ons reisschema aangeeft, maar dat heeft natuurlijk te maken met omwegen, afdwalingen, bezoekjes aan kerken en vooral aan de bijna dagelijkse zoektocht naar een slaapgelegenheid, voedsel en in mindere mate naar geschikte sanitaire voorzieningen, al dan niet in een natuurlijk kader. Morgen wordt een rustdag in Reims zelf. We flaneren even door de stad zonder rugzak, brengen een bezoekje aan de kathedraal en rusten vooral uit om er dan weer tegenaan te gaan. Volgende week zouden we dan al in Troyes aankomen, waar we ergens Bart, Nele en co zouden ontmoeten. Vanaf nu komen we op wat meer gekende pelgrimswegen en verwachten we ook iets vlotter slaapplaatsen te kunnen vinden.
We installeren ons in het 'Maison diocésaine Saint-Sixte' en gaan met zijn vieren nog een Italiaanse eetgelegenheid binnen. Alhoewel we het niet van plan waren, trekken we toch nog naar het plein voor de kathedraal om de reeds van in La Malmaison aangekondigde klank- en lichtshow op de gevel van de kathedraal te kunnen meemaken. Feeëriek, grandioos en adembenemend, een prachtig moment om de 'inleiding' op ons avontuur af te ronden en een prachtig kader voor een hartelijk afscheid van onze warmhartige gasten.
Een brug over de Aisne laat een mooie inkijk op Guignicourt toe.
Boerderijen van 400 ha en meer zijn de regel.
Na de warme akkers, de koelte van lommer en water.
We jagen het schaap naar de overkant, waar zijn herder het kan opvissen.
De kathedraal komt tot leven als een gigantisch projectiescherm.

donderdag 11 juli 2013

Bobby

We liggen te zonnen in het gras van het gehucht Montigny-la-Cour, halverwege Dizy-le-Gros en La Selve, onze dagbestemming. Ons lichaam begint het stilletjes aan door te hebben dat het levensritme een wijziging heeft ondergaan, bij Mieke al wat beter dan bij mij. Vooral mijn voeten vertonen veel neiging om te protesteren tegen al die kilometers. De tweede dag al een kleine blaar tussen de tenen, maar die was eigenlijk het gevolg van een wat nonchalante nagelknipbeurt. De blaar die sinds maandag mijn rechterhiel ontluistert is van een ander kaliber en ook een stuk vervelender. Gelukkig bestaat er iets als Compeed en kan ik de zolen in mijn schoenen wisselen. Het stappen verloopt daarmee wat vlotter. De pijn in de binnenvoet komt en gaat. In dat opzicht lijkt het erg belangrijk te zijn hoe vast ik de schoenen aanbind: te vast zorgt voor problemen. Tenslotte zijn er al een paar dagen wat moeilijkheden met blaasjes op mijn tong, iets wat me regelmatig overkomt. Maar voor de rest gaat alles voor de wind, zelfs mijn ongenode gast houdt zijn manieren. Het is hem dan ook geraden!
...
Donderdagavond. We zijn misschien te gretig. Rond drie uur in de namiddag zijn we al in La Selve. Een vriendelijke mevrouw laat ons weten dat we onze tent eventueel kunnen opslaan op het plaatselijke voetbalveld en sommeert tegelijkertijd een plaatselijke BMX-kid om ons de weg te wijzen. Maar we denken dat we zelf voor beters kunnen zorgen en laten La Selve achter ons liggen. We hebben het traject ook wat gewijzigd en zullen een iets westelijker koers aanhouden om tot in Reims te komen. Daarvoor moeten we rond het militair domein van La Selve en we hopen op een mooi plaatsje om 'wild' te kamperen. We zijn voorbereid, want we hebben een doos soep, voldoende brood en wat worteltjes van onderweg verzameld. Maar van alle bijna geschikte plaatsjes is er geen enkel dat ons voldoende bekoort om er onze tent recht te zetten. Zo sukkelen we uiteindelijk het dorpje La Malmaison binnen. Een korte zoektocht brengt ons bij de vrouw van de burgemeester, die ons naar het dorpsplein stuurt en haar man ook die kant opstuurt om ons verder te helpen. We krijgen beschikking over het gemeentelijke ontmoetingscentrum om onze matten uit te rollen en bovendien ook van een avondmaal, door de burgemeestersvrouw inderhaast uit de mouw geschud. Hoe onheilspellend zijn naam ook moge klinken, het dorp La Malmaison zal in ons geheugen blijven hangen als gastvrij, met een burgemeester die zowel 'le maire' als 'la mère' kan zijn voor wie hem nodig heeft.
...
Moeilijke passage door de Franse rimboe
Een wasje elke dag zorgt voor propere pelgrims.
Vrijdagavond en ik lig in het gras voor de tent. Die staat vandaag op de camping in Guignicourt, dat is slechts een goeie 10 km ten zuiden van La Malmaison. Carlos en Annie zijn ons vandaag komen vervoegen en gaan ons vergezellen tot in Reims, morgen. Gisteren was er geen mogelijkheid om het blog bericht online te krijgen, wat uiteraard nog wel zal voorvallen, maar geen nood, we zijn goed en wel en zitten op schema. Behalve het aangename gezelschap, met medebrenging van wat nieuws uit het thuisland en wat Belgisch voedsel, valt er voor vandaag niet zo erg veel te melden. Misschien dat we de eerste velden zonnebloemen zagen, of misschien dat we nu in het departement Champagne aangekomen zijn. Misschien ook dat we vandaag nog extra gezelschap kregen van hond Bobby (zo  noemde ik hem naar aloude Hanssens-traditie). Hij (volgens Carlos is het een zij) kwam ons tegemoet lopen net buiten La Malmaison en is niet meer van onze zijde geweken tot in Guignicourt, waar we hem hebben overgedragen aan de plaatselijke autoriteiten. Zijn oor-tatoeage zal hem met zijn eigenaar herenigen. Wellicht ook de passage onder de wilde kersenbomen, een wonder dat de volgens deze bomen niet eerder gevonden hebben. Heerlijk zoete kersen!
'Le plat pays' dat hebben ze hier dus ook.
Au temps des cérises...
Déjeuner sur l'herbe met Bobby op wacht

woensdag 10 juli 2013

Aardrijkskundeles

We zijn te gast op de parochie van Montcornet deze avond., meer bepaald in de parochiezaal. Deze is ons toegewezen door de Abbé van het stadje. De man is zelf volledig immobiel. Toen we aanbelden hoorden we roepen van binnenuit, maar begrepen niet direct dat het "entrez" was. Enfin, nu zitten we gelogeerd in wat misschien wel kan doorgaan voor het meest gammele huis van de parochie, maar we zitten onderdak, hebben sanitair en het is gratis. Een geslaagd einde van een geslaagde dag overigens, want de landschappen waren overweldigend, het weer optimaal en het gezelschap subliem.
We zijn nog steeds op weg door de Thiérache, een streek met overwegend landbouw. Vorige dagen was dat vooral veeteelt, vandaag liepen we door weidse akkers met vooral tarwe, gerst, koolzaad en maïs, soms ook suikerbieten en luzerne. Op sommige plaatsen waar we ver konden kijken, was zelfs niks van gebouwen te bespeuren. Het landschap is vrij heuvelachtig en omdat we van noord naar zuid lopen en de rivieren van oost naar west stromen, moeten we nogal eens en heuvelkam over. De hoogtemeter ging tot net boven de 200 m en net onder de 100 m.
Het ziet ernaar uit dat de aardrijkskundeleraar in mij eventjes opborrelt...
Overmorgen ontmoeten we Carlos en Annie. Dan zijn we Reims al heel dicht genaderd, een eerste grote stad.
Het is en blijft een ontroerend gegeven ... al is het nog zo banaal!

Een ontmoeting in de verte
De grasweggetjes die klimmen zijn het lastigst met de Carrix, maar het landschap noopt niet tot haast
Een watermolen op het riviertje 'La Serre'

dinsdag 9 juli 2013

Iets te vieren

Gezeten in de zon met een maag vol plaatselijke heerlijkheden, probeer ik een start aaneen te breien van een volgend blogbericht.Veel heroïek is er niet bij, tenzij ik aan het fantaseren zou gaan. Het belangrijkste wapenfeit van deze dag is de reparatie van de Carrix-band aan de batjesprijs van drie euro! We hebbben er wel drie kilometer extra voor moeten stappen, maar niet zonder eerst onze rugzakken in het hotel 'Le Cheval Noir' achtergelaten te hebben. Vandaag stond niet meer dan tien kilometer op het programma, vanwege het exploot van gisteren, waar ik trouwens een beginnende blaar en een pijnlijke rechtervoet aan overgehouden heb. De korte etappe was dus welgekomen. (Terwijl ik dit tik komt de maître d'hôtel ons hier verwennen met een glas champagne van het huis op onze dertig jaar.)
We weten intussen dat Vervins een provinciestadje is met een rijke geschiedenis en een goedkope fietsenmaker. Ze hebben een mooie kerk, vriendelijk stadspersoneel en een hotel met een fantastische keuken. Morgen zijn we hier echter weeral weg, wellicht tot in Montcornet. Op die manier blijven we een halve dag voor op de planning. Maar dat is van geheel ondergeschikt belang.
De 10 kilometer tussen Autreppes en Vervins zijn vrij eentonig en vooral warm.
Het interieur van de kerk van Vervins. Bemerk de beschilderde pilaren.
Deze avond worden we even in de bloemetjes gezet! Met dank aan de maître d'hôtel.

maandag 8 juli 2013

Kilometers vreten

Het enthousiasme van de eerste dagen heeft me ertoe gedreven om elke dag een post op de blog te doen. Vandaag merk ik dat het niet evident is om dit vol te houden, maar dat was van het begin af aan eigenlijk ook niet de bedoeling. Vandaag was in menig opzicht anders dan de vorige dagen: het was een kilometervretersdag, het was ook een pechdag, een verdwaaldag en een dag met moeilijkheden om slaapplaats te vinden. Het oorspronkelijke idee was om tot in Le Boujon te wandelen en dan morgen een korte wandeling (een goeie 5 km slechts) naar Autreppes te maken. Morgen is de dag van onze huwelijksverjaardag en we zouden het dan even heel rustig doen. Maar bij nader toezien blijkt dat niet zo'n schitterend idee, want Le Boujon is een boerengat van hoop en al 30 huizen en Autreppes is maar een beetje groter. Beide hebben geen hotel, restaurant noch B&B. Het zou dus een saaie verjaardag worden. Dus hebben we vandaag doorgestoken tot Autreppes en morgen wordt het een korte wandeldag naar het stadje Vervins, waar hopelijk toch wel op z'n minst een hotel is.
Volgens de voorbereidingen zouden we dan 25 kilometer moeten wandelen vandaag. Een haalbare kaart, dachten we, als je het gemak waarmee we vorige etappes afhaspelden in overweging neemt. We zijn tijdig wakker, de ochtendzon droogt onze tent gezwind en om half negen staan we aan de plaatselijke Proxi om ons een ontbijt te kopen. Om negen uur zijn we op weg en om elf uur reeds in de bibliotheek van Nouvion-en-Thiérache om eens op een échte computer te kunnen werken. De bib is normaal gezien gesloten op maandag, maar voor Compostella-pelgrims kan altijd iets meer...
We vinden een keigoeie Pizzeria in datzelfde Nouvion en om één uur staan we in de Aldi voor een kleine bevoorrading voor deze avond en morgenvroeg. Dan op stap. Kilometers vreten. Een vrij saaie weg ook nog. Het thermometertje-annex-kompas dat Sylvie ons bezorgde piekt tot 33 graden, in de schaduw weliswaar. Een vriendelijke meneer vult onze bidons aan met water en doet er zelfs wat ijsblokjes bij. Dan blijkt plots het bandje van de Carrix leeg te lopen. We stoppen bij een loonwerker, waar men ons bandje weer oppompt, maar zo'n 2 kilometer verder is het alweer helemaal plat. Ik neem de rugzak noodgedwongen op de rug en laat het karretje achter me bungelen. De laatste vijf kilometer gaan door een groot bos. Een kaarsrechte weg, die echter van asfalt overgaat in steenslag, dan aardeweg, dan modderweg en dan helemaal weg. Bramen en andere stekelplanten verhinderen ons de rechte lijn aan te houden en bovendien valt het signaal van de gps weg doordat het bladerdek te dicht is. We proberen de richting zo goed mogelijk aan te houden tot de eerstvolgende weg. Daar merken we dat we toch een paar honderd meter zijn afgedwaald. Vrij uitgeput landen we in het dorpje Autreppes, waar de gite al twee jaar gesloten blijkt, de mensen niet echt meedenken om slaapplaats te vinden en wij er een beetje moedeloos bij worden. We keren op onze stappen terug en komen uiteindelijk terug bij de plaats waar we kano's zagen liggen om de Oise mee af te varen. Daar zit een meneer op een bankje en we leggen ons probleem voor. Vanaf dat moment gaat alles weer de goede kant uit. We mogen zonder probleem onze tent zetten en de vriendelijke meneer haalt nog twee grote bidons water om ons te wassen, een pomp voor ons bandje en morgen gaat hij op zoek naar stopgerief. Alles komt uiteindelijk goed. Morgen relaxdag. Onze kilometerteller staat op 165,4 na een week. Daarvan zijn er 32 van vandaag... En nu ga ik slapen!
Schitterende bibliotheek is dit, waar internet gratis is en de aardrijkskundeboeken binnen handbereik zijn

Als je maar één wiel hebt, kan er ook maar één sneuvelen, wat dan ook het geval is.
Autreppes is één van de vele dorpen in de streek met een 'église fortifiée'
Een badkamer om U tegen te zeggen!