Over deze blog

Een blog krijgt telkens het recentste bericht bovenaan. Als je dus van het begin af aan wil lezen moet je met het onderste bericht op pagina 1 beginnen. Er staan in deze blog telkens tien berichten per pagina.

dinsdag 26 maart 2013

Een bekentenis


Ik moet toegeven: ik vertel niet alles, want sedert een week of twee ben ik aan het diëten geslagen. Geen citroenkuur, Weight Watchers, caloriearm of calorierijk dieet. Maar een kanker bestrijdend dieet. Het gaat als volgt: een week of vier geleden, da’s de week voor de laatste chemobeurt krijg ik een berichtje van een brave leerling met de mededeling dat de moeke diëtiste is en gespecialiseerd is in kankerbestrijding. Haar moeder, de oma dus, was 20 jaar geleden zo goed als opgegeven door de dokters omwille van een kanker en nu is ze springlevend. Een redelijke verklaring is het dieet dat ze volgde. Ik zeg dus aan mijn leerling dat ik na de chemobeurt contact zal opnemen en daarmee pin ik mezelf dus vast om dat ook te doen. Op vrijdag 8 maart pleeg ik het afgesproken telefoontje en vier dagen later zitten Mieke en ikke al aan tafel met een kleine, zwartharige dame die met hand en tand –of is het met handen en voeten– uitlegt wat ik zoal moet doen om de kankercellen het leven zuur te maken. Zo zuur dat ze het voor bekeken houden. En dat is nogal letterlijk te nemen! Ik moet elke morgen een groentebouillonnetje tot mij nemen dat de avond te voren gekookt werd en bestaat uit een bundeltje groene groenten naar keus (preibladeren, selder, savooikool, peterselie, broccoli, noem maar op) met daarbij een ajuin en drie (DRIE!) teentjes knoflook. Plus daarbij –en nu komt het– het sap van drie tot tien (TIEN!) limoenen. Dag per dag oplopende van drie naar tien en dan weer aftellend naar drie. Je begrijpt dus wel dat je het ‘zuur maken’ letterlijk mag nemen. Elke morgen naar binnen kieperen die boel en daarna drie uur niets eten of drinken. Concreet komt het erop neer dat ik rond vijf uur uit bed rol, mijn sapje (3 grote glazen, burps) drink en dan weer het beddeke opzoek voor nog een tweetal uurtjes onder zeil. Nu en dan zit er een pauzedag tussen. Verder moet ik zoveel mogelijk verse groenten eten, dagelijks een vijftal stukken fruit en veel patatten en bruin brood, weinig vlees en nog minder vet. Tenslotte moet ik dagelijks een drankje brouwen van zes sinaasappelen (of andere vruchten), een paar eetlepels rietsuiker en een liter leidingwater dat niet door de waterverzachter verzacht werd. Ik ben daar nu een tweetal weken mee bezig, ben al weer bijna 2 kg bijgekomen en voel me goed in mijn vel. Da’s één.

Het strikte minimun voor morgen, vlees en groenten exclusief (de selder is voor de bouillon)
Het tweede is geen toegeven of opbiechten. Maar gewoon dit: vanmiddag tijdens mijn dutje krijg ik een telefoontje van de oncologisch verpleegster uit het ziekenhuis om te zeggen dat het resultaat van de octreotidescan van verleden week binnen is en dat ze me zal doorverbinden met de dokter. Die weet me te vertellen dat er geen cellen met ingangspoortjes zijn gevonden. Net zoals bij de uitslag van de CT-scan klinkt dat slecht, maar is dat volgens de dokter geen slecht, maar goed nieuws. Ah bon??? Het gaat als volgt: dat er geen cellen met ingangspoortjes zijn zal wellicht te verklaren zijn dat, als er al waren, ze nu kapot zijn door de chemo. Dus dat de chemo zijn werk gedaan heeft! Kwestie van positief blijven of écht goed nieuws? We durven er ons niet echt over uit te spreken. Maar hij zegt ook nog dat hij de volgende CT-scan liever binnen twee maand dan binnen drie maand zou hebben. We spreken af op 23 mei … Daar ben ik blij om, want dat betekent toch dat we iets vroeger duidelijkheid krijgen omtrent de eventuele start van de Grote Tocht Naar Compostella.
Vandaag ben ik ook nog eens gaan werken. Echt werken, je kent dat wel: je gaat naar je werk en doet daar nuttige dingen. Preventiewerk, maar ook speelplaatsassistentie, zoals we dat bij Don Bosco noemen. Het verschil met surveilleren is dat je geen politie-agentje speelt, maar jezelf tussen de leerlingen begeeft en open staat voor wat ze zeggen of doen. Zo ook vandaag tijdens de lange examenspeeltijd, ik was vooral bij leerlingen van de eerstes. Vertellen wat ik zoal meegemaakt heb, vragen hoe ze het stellen met de examens (ze hadden die voormiddag juist proef aardrijkskunde gehad) of gewoon een beetje keuvelen over zoetjes en zalfjes. Als een vis al gevoelens heeft, dan voelde ik me als een vis die van een klein bokaaltje in een grote vijver mocht verhuizen. Het was bitter koud en felle zon, maar ik had geen last van het uitbundige licht.
En dan is er nog dit: ik heb eindelijk een methode gevonden om mensen op de hoogte te houden van nieuwe blogberichtjes. Dat ‘volgers-gedoe’ schijnt nergens naartoe te leiden, maar als je door scrolt naar helemaal onderaan, dan kan je daar je email-adres opgeven en dan krijg je automatisch het nieuwe blog-bericht in de mailbox. Wel eerst nog even je aanvraag bevestigen met een code die je krijgt en daarna een link aanklikken in een mail die je even later toegezonden krijgt, het wijst zichzelf. Verder moeten jij noch ik iets doen. Ik heb het al getest bij het vorige bericht en het werkte! 


maandag 25 maart 2013

Witte rook?


Het is telkens weer leuk als mensen reageren op deze schrijfsels. Sommigen doen dat rechtstreeks, anderen met een mailtje of een reactie op de website zelf. Vele malen is er lof  voor de ‘moed’ om de blog te schrijven, maar toch moet ik dat een beetje nuanceren hoor. Voor mij is het evenzeer een uitlaatklep als een manier om iedereen op de hoogte te houden.
Eergisteren mochten Mieke en ik een uitvoering meemaken van het Aalbeeks Gemengd Koor, waar we in betere tijden zelf in meezingen. Na al die maanden weer eens tussen de collega-koorleden toeven deed veel deugd. We hoorden onder andere de Mattheuspassie van Kühnhausen, in samenwerking met nog twee andere koren: één  uit Wielsbeke en één uit Waregem. In het Waregemse koor zingt ook nicht Lieve, met wie het weerzien na afloop zo hartelijk en deugddoend was dat het bijna pijn deed. Ben ik dan (nog) een pak gevoeliger geworden, of zorgt die neuro-endocriene kankerbol in mijn buik voor een extra pak emo-hormonen? Zou best kunnen, want nu is men, zoals in vorig berichtje al gemeld, op zoek naar ‘ingangspoortjes’ om een radioactieve behandeling te kunnen opstarten. Naar ik heb begrepen zijn die ‘ingangspoortje’ typisch voor kankercellen die ook hormonen kunnen afscheiden. En als je een teveel aan een bepaald soort hormonen hebt, dan kunnen er vreemde dingen met je gebeuren. Komt er dus op neer dat we hormonale uitspattingen eigenlijk als een goed teken moeten zien, leuk hé? Het is nu enkel nog een weekje geduld oefenen om de dokters te laten uitvissen of die octreotidescan dit ook kan bevestigen. Hold fingers crossed!
En Compostella? Wel, Mieke en ikzelf waren al een heel aantal weken overeen gekomen om niets te beslissen vooraleer we wisten waar we aan toe waren na het onderzoek van vorige maandag. De CT-scan dus, voor wie nog altijd kan volgen. Die was niet echt negatief, maar ook niet veelbelovend. Vorige week woensdag hebben we onszelf in een mini-conclaaf overgegeven aan diepgaand overleg en hebben met 2/3-meerderheid van stemmen besloten dat we begin juli starten. Witte rook dus, maar de derde hoofdrolspeler, de dokter, was voor het gemak even niet uitgenodigd. Er is dus een sterk voorbehoud van belangrijke onbekende factoren, want ergens in juni moet er een nieuwe evaluatie komen… We gaan er nu van uit dat we hoe dan ook vertrekken en we zullen ons ook als dusdanig gedragen de komende maanden. Fysieke en geestelijke voorbereiding: vele kilometertjes wandelen –als deze lange en koude winter eindelijk zijn greep lost– , wat lectuur achteroverslaan, uitrusting verzamelen en routes plannen. Het komt allemaal dichterbij, en we verlangen er ook naar.


maandag 18 maart 2013

Evalueren en evolueren


We zijn een dik uur terug thuis van het ziekenhuis. Het was in de blog nog niet te lezen, maar vandaag was er evaluatie van de chemotherapie. ’t Is te zeggen: eerst even binnen bij de dienst ‘medische beeldvorming’ voor een zoveelste doorlichting (da’s in een groter tempo dan op school, hoor). In wezen een doorzwommen watertje, maar na de injectie van de contrastvloeistof gaat het toch even de verkeerde kant uit. Plots lijkt het alsof mijn keel zodanig aan het zwellen is, dat ik geen adem meer kan halen. Lang duurt het allemaal niet, maar ’t is wel een enge ervaring.
Nu, op zo’n verhaaltjes wil ik je eigenlijk niet vergasten, belangrijker is natuurlijk wat we bij de dokter te horen krijgen. Ik voel me nogal zeker van mijn stuk en ben ervan overtuigd dat het gezwel serieus in omvang moet zijn verminderd, hoe zou het anders kunnen dat ik weer kan eten ‘gelijk ne dijkendelver’ (en geen ‘dikke delver ‘hé, zoals sommigen plegen te denken)? Hoe zou ik mij anders de week voor de laatste chemo en nu stilletjes aan weer zo goed gevoeld hebben? Maar die vrij hoge verwachtingen worden meteen serieus afgetopt als de dokter op zijn computerscherm de situatie voor en na de chemobehandeling toont. “Je ziet dat de tumor niet groter geworden is, maar hij is er ook niet op verkleind”, zou er in het tekstballonnetje van de dokter staan, mocht dit een stripverhaal zijn. Maar dat is het niet en de woorden zijn echt. Tja, ik moet toegeven, dat is niet direct hetgeen ik verwachtte te horen. En Mieke ook niet. Niemand wellicht.
Maar ja, dat is maar het begin van de uiteenzetting. Wat volgt, ontkracht de negatieve reactie nagenoeg volledig. Mocht de chemo niet aangeslagen hebben, dan zou er pas echt een groot probleem zijn en navenant ook een veel grotere tumor. Zouden er nog meer metastasen (=secundaire tumoren) te zien zijn. Zou ik mij niet zo goed voelen als ik mij nu voel. Zou men ook direct moeten kijken voor een andere strategie. Maar dat is het allemaal niet. Integendeel, de secundaire tumoren zijn wel in omvang afgenomen, weliswaar niet heel erg duidelijk te zien, maar toch. Het feit van herstelde eetlust wijst er heel duidelijk op dat het gezwel dan wel niet gekrompen is, maar wel sterk verzwakt. Wat hadden we ons eigenlijk wel voorgesteld?
En dan is het vragenronde. Bijna alle vragen gaan over bijkomende klachten, maar kunnen onder de noemer ‘nevenwerkingen van de chemotherapie’ bij het huisvuil wordt gecatalogeerd. Eén vraag is van een andere orde: “Kunnen we in de vakantie onze tocht naar Santiago de Compostella op het programma laten, of moeten we dat op die grote, zieke buik van me schrijven?” (Da’s niet letterlijk J) Het antwoord is, zoals verwacht, diplomatisch en allesbehalve glashelder. Binnen drie maanden moet er een tweede evaluatie volgen om te zien hoe het verder evolueert. Evalueren, evolueren, soit: de tocht gaat dus niet door zoals gepland. Slik. Nu moet ik de tijd nemen om alle sporen van de chemo uit mijn lichaam te verbannen en weer op krachten te komen. Dit is mijn opdracht. Later zien we wel. En uitstel is geen afstel. De dokter is desalniettemin het idee van de tocht genegen. “Misschien vertrekken aan de Pyreneeën … zorgen voor een volgwagen …” Het zijn ideeën die hij oppert.
Verder deze week moet ik nog eens in de tunnel voor een ‘octreotidescan’. Ingewikkeld woord voor een ingewikkeld onderzoek. In wezen komt het erop neer dat men op die manier ‘ingangspoortjes’ in de tumoren hoopt te vinden om ook een behandeling met radioactieve stoffen te kunnen laten doorgaan. Zonder al te veel hoop. Heel duur overigens ook, maar het proberen waard.
En dan zijn er nog de derdes. Die heerlijke derdes. Die steken hun tong uit naar kanker! Speciaal voor mij, dankjewel! Mieke en ik -en Louise!- doen alvast mee, wie nog?

Steek je tong uit tegen kanker!

vrijdag 15 maart 2013

Een breed dal


Ik richt mij eventjes tot mijn generatiegenoten. Stel je het volgende voor: je zit in het derde jaar van de middelbare school. Herinner je je nog wie je leerkracht aardrijkskunde was? Mijn broers en vroegere klasgenoten zullen zich ook die van mij nog wel herinneren: een beminnelijk man, een zeer goeie leerkracht, die voor mij een toonbeeld was en de ‘goesting’ om leerkracht aardrijkskunde te worden bijbracht. Soit. Maar stel je nu ook even voor dat je als veertienjarige een kaartje naar die leerkracht wil sturen. Zou je hem (haar) dan aanspreken met: ‘Liefste meneer’ of je kaartje eindigen met ‘dikke knuffel’? Ik in elk geval niet. Maar ik kreeg vorige vrijdag zelf tientallen zo’n kaartjes!
Het gaat zo: kort na vier uur krijg ik van een excellente collega een sms’je en kort daarna een telefoontje (ik ben geen haas met een GSM) met de vraag of ik een kort bezoekje zie zitten van een drietal collega’s. Dat komt goed uit, want het was rustig geweest die namiddag. Tien minuten later zijn ze present en als het gesprek goed op gang is, komt plotseling uit dat er eigenlijk nog iets is. In het derde jaar hebben leerkrachten Nederlands, godsdienst en P.O. (plastische opvoeding) het idee opgevat om de leerlingen een kaartje te laten schrijven. Krijg ik daar een (mooi roze) tasje met zo’n honderd wenskaartjes in. Zelfgemaakt of (zelf) gekocht, al naargelang de opdracht vanuit P.O. kwam of niet. O-VER-DON-DE-REND! 
Zeg nu zelf!
Het ‘korte’ bezoekje duurt ruim anderhalf uur, maar doet me tegelijk vergeten dat ik al de ganse dag op de dool ben. De gewone kwaaltjes: lichtgevoelig, pijnlijke stem, overdreven vermoeid, lusteloos gevoel, knoop in maag en darmen, … Dankjewel collega's, dankjewel derdes!!!
Maar de gewoonte leert dat zo’n dag een alleenstaand geval is. Dus, zaterdag sta ik op en ga vrolijk naar beneden (voor zover de gereformeerde teen dat toelaat natuurlijk), maar kom tot de vaststelling dat het toch nog niet helemaal voorbij is. Later op de dag moet ik toegeven dat het helemaal niet voorbij is. Integendeel. Maar, geen nood, morgen komen Heidi, Tomas, Louise, Saskia en Christof. ’t Is veel belangrijker dat ik tegen dan weer in orde ben.
Zondag komt. Zondag gaat. Onze bezoekers ook. ’t Is leutig en plezant, maar ik moet me noodgedwongen op de achtergrond houden. Stom licht, stomme maag, stomme voet, stomme kop, ….
Maandag komt en maandag gaat. Dinsdag komt en gaat. Woensdag komt, gaat. Donderdag komt.
En dan gaat het wat beter. Na een geknapt namiddaguiltje heb ik precies geen overdreven last meer van het licht. Ik kan weer lezen! Wel honderd pagina’s die dag. Heerlijk!
Vrijdag ben ik zelfs een hele poos bezig op de computer zonder echt last te hebben. De kracht is niet helemaal terug, maar ik voel dat de Camino mij uit het dal voert. Dit keer geen diep dal, maar een breed dal.
Camino. Een woord dat onze nieuwe paus de avond ervoor een paar maal gebruikte bij zijn eerste toespraak. “Laten we samen de weg van de Kerk opgaan, een weg van vriendschap, van liefde en van vertrouwen…” Heerlijk, toch? Ook zijn naam en zijn stijl overigens. Er is hoop! Het schijnt dat Franciscus van Assisi ook ooit de Camino naar Santiago heeft afgelegd. Dat zal ook wel niet met de trein geweest zijn. 
Ik ben nog steeds van plan mijn 'achterstand' aan mails en zo in te halen. Ik wil ook graag een aantal van de kaartjes van hierboven persoonlijk beantwoorden. Ze zijn het allemaal waard, maar ze allemaal beantwoorden is onmogelijk!

Even kort

Ik sta vele dagen achter, met alles. De hoofdschuldige in deze ben ik zelf niet, noch Mieke noch om het even wie anders. Alleen die 'vorte' chemo - vergeef me de bewoording. Vijf en een halve dag lang hield ze me vast, zwervend als een zombie, zwijgzaam als een graf en blind als een lijk. Ik moet er meer over vertellen, maar moet oppassen met schermgebruik, veel te wit voor mijn kijkertjes. En bijgevolg pijnlijk. 'k Wou nu alleen maar even zeggen dat ik er nog ben, zij het in een wat schielijker staat dan tevoren. Ik moet nog een mooi verhaal vertellen ook, over wat me vrijdag overkomen is. 'k Was al begonnen op zaterdag, maar toen lukte het niet meer. Ik hou het dus in petto....

dinsdag 5 maart 2013

Eten en hongeren


Eventjes testen of ik met koppijn en een protesterende maag ook nog zinnige dingen op papier kan zetten. Hmm ... papier dat komt hier niet te pas. Enkel nog voor de wenskaartjes en die blijven maar komen, weliswaar niet meer in het razende tempo dat ze er op na hielden zo'n twee maand geleden, maar dat wordt ook niet van wenskaartjes verwacht, naar ik meen. Ik ben momenteel aan de tweede dag van de vierde en voorlopig laatste chemobehandeling. Ik ken het soort gevoel dat in een mens omgaat als hij de laatste kilometer van de Pinksterloop (11km) in Kortrijk bereikt. Dit zou zo'n beetje hetzelfde moeten zijn: zoiets van 'Nu kan het niet meer mislukken'... Maar dat gevoel heb ik helemaal niet. Gedurende twee weken liep het leven weer zoals vier maand terug: ik kon weer bijna eten als voorheen en dat leverde me drie kilo nieuwe massa op. Stel je voor! Ik heb (wij hebben, want Mieke en Jolien uiteraard ook) gegeten: lasagne, varkensgebraad met gestoofd witlof, pangasiusfilets in een korstje van paneermeel met citroenzeste en peterselie met volle rijst, biefstuk-friet en eergisteren nog een heerlijke schotel moussaka bij Ann en Bemen. De stoofpot à la Jeroen Meus bij Heidi, vorige zaterdag, was ook niet te versmaden. En van al dat lekkers krijg ik volle porties naar binnen! Bij momenten zelfs een tweede en bij de lasagne een derde portie! Die hernieuwde kennismaking met een gezonde eetlust wordt zondag bruusk afgebroken na de koffietafel. Op zondagavond gaat er nauwelijks een hap naar binnen en gisterenmorgen slechts een halve zjat koffie. Wat een afgang... Maar tegelijk ook helemaal geen 'afgang' want de uitgang voor al die voedselgeneugten blijkt plots verstopt. Is dat de reden dat er aan de ingang ook geen plaats meer is? Wie zal het zeggen? Het gaat een beetje van kwaad naar erger. Het lichtspook komt weer opdagen. De kleine ziekenhuiskamer zorgt ervoor dat ik mijn krukken niet kan gebruiken om mijn geopereerde teen te ontzien, met een zere teen als gevolg. Het pomptoestel waarmee ze al die 'vuiligheid' in mijn lijf pompen geeft om de haverklap probleempjes, waardoor het begint te tuten. Vannacht een viertal keer, tel daar nog een drietal sanitaire slaapstops bij, evenals een hard ronkende kamergenoot, en je krijgt een idee van mijn slaap-waak-status. Om 6.30 u is men hier al in de weer met het rondbrengen van het ontbijt. Kun je je inbeelden dat ik niet echt honger had? Vandaag is het verder dweilen met de kraan open. Geen hap krijg ik naar binnen gewurmd, met moeite de pillen, poedertjes en siroop. Als ik 's middags de stolp wegneem van de warme maaltijd (vol-au-vent met worteltjes en puree), keert mijn maag. Een bonzend hoofd en een aantal pijnlijke hikaanvallen vervolledigen het plaatje. Arm Pietertje... Maar morgen zal het beter zijn. Dan passeert de volledige bevolking van het Don Boscocollege op 200 meter van mijn kamer, een tocht die ik zelf nog heb uitgestippeld.
Foto genomen op woensdagmorgen: Don Bosco op stap
Ze stappen voor het goede doel en dat goede doel ligt in Cambodja en wordt verwezenlijkt door een hervonden vriend uit Cambodja... 'k Voel me dus wel verbonden en het zal niet leuk zijn om alles vanop afstand en achter glas te moeten volgen. Maar ik neem revanche! Je weet wel, mijn stapbeurt komt nog wel: ergens in Galicië in Spanje ligt een stadje dat genoemd is naar de apostel Jacobus. Sint-Jacob, in het Spaans is dat Santiago.

zondag 24 februari 2013

Een medaille met twee kanten


Ik begrijp niet goed meer hoe ik vroeger alles kon fiksen in de mij toegemeten tijd. Lessen voorbereiden, toetsen opmaken en verbeteren, lessen geven, administratief schoolwerk, thuis kokerellen, tuin onderhouden, klusjes, … Nu ben ik geacht zeeën van tijd te hebben en slaag er maar niet in om mails afdoende te beantwoorden, wat licht huishoudelijk werk te doen én voldoende te rusten om mezelf gemakkelijk te voelen. Zeeën van tijd zouden er moeten zijn … ze blijven echter verborgen achter stapels boeken die ik nog wil lezen. Achter anderhalf jaar foto’s die ik nog wil sorteren, printen en in albums kleven. Achter stapels DVD’s en een digicorder vol films en series die ik nog wil zien. Achter duizenden fotonegatieven die ik nog wil inscannen. En achter een voettocht van 2300 km die wij nog willen uitstippelen en afhaspelen.
Geen tijd voor verveling dus, alhoewel er van die dagen zijn dat al die leuke dingen opzij geschoven worden om gewoon te zitten niksen met de muts over de ogen om zo weinig mogelijk licht naar binnen te krijgen. Want licht kan pijn doen en lijkt meer en meer de grote boosdoener. Als ik ergens ga zitten, is dat steevast met de rug naar het raam en als het buiten donker wordt, zet ik de pet op om het plafondlicht te weren. Maar dikwijls is zelfs dat beetje licht te veel en zit er niks anders op dan gewoon de ogen te sluiten en naar muziek te luisteren. Een soort herontdekking is dat, van jazz, van klassieke muziek of van muziek met een vleugje nostalgie. Nieuwe ontdekkingen ook, zoals ‘The Bony King of Nowhere’,  Israel  Kamakawiwoʻole en (zelfs) Jessie J (Price Tag) – met dank aan Carlos, Annemie en Marjolein. En bij deze misschien ook een verdoken vraag naar wie muzikale ‘ontdekkingen’ gedaan heeft. Er moet ergens een spreekwoord zijn dat betekent dat aan iedere tegenslag ook een positief kantje zit!
Maar er is er ook één dat beweert dat een ongeluk nooit alleen komt. Misschien niet de ideale uitdrukking voor wat ik bedoel, maar het komt toch in de buurt. Ik heb het hier over de papierwinkel die mijn toestand met zich meebrengt. Ik krijg het gevoel dat ik telkens opnieuw moet kunnen bewijzen dat ik ziek ben. Elk ziekenhuisverblijf (en dat zijn er nu een zevental in totaal) lijkt een apart dossiernummer te krijgen met een aparte behandeling, aparte formulieren in te vullen, enz … Ik overdrijf wel een beetje hoor, maar het lijkt wel zo. Ik krijg stilletjes aan veel goesting om de telefoon te nemen, te vragen naar een verantwoordelijke en in de telefoon te schreeuwen dat ik kanker heb!
Een kleindochter met pit.
Zo’n aanvallen van verontwaardiging duren echter nooit lang. Er zijn ook zoveel mooie zaken. Neem nu gisteren, toen we op bezoek waren bij Louiseke. Hoe de kleine pagadder rondhuppelt achter haar autootje of met haar schaap op het hoofd. Je wordt er zowaar weekhartig van.
Ook de vele bezoekjes en de gesprekken die er zijn, zelfs de rustige momenten met een boek in de hand of gewoon het luisteren naar muzikale (her)ontdekkingen zijn koester-momenten die er anders niet geweest zouden zijn. Mijn ziekte laat me toe om veel verborgen maar mooie eigenschappen in de mensen om me heen te leren kennen. Ze bracht zelfs een oude vriendschapsband opnieuw tot leven!
Morgen maandag moet ik voor de verandering naar het ziekenhuis. Ditmaal niet voor een chemo-behandeling, maar voor een kleine ingreep aan een teennagel die ingroeit. Tot nu toe was dat niet zo’n probleem, maar met die verminderde weerstand blijft die maar ontsteken en nu moet er een stuk af. Meteen een zorg minder als we er ooit toe komen om één of andere voettocht te ondernemen. Dus, waarom nog uitstellen? Ik zal een tweetal weken immobiel zijn, en drie dagen daarvan zijn toch maar ziekenhuisdagen. Ideaal moment dus voor zo’n bagatellen.
Intussen hebben we de ‘Dag van de pelgrim’ aan ons voorbij moeten laten gaan. Ik had ernaar uitgekeken, maar voorlopig moet de drukte wat ingeperkt worden. Het had een dag vol ontmoetingen en vol van pelgrimsgevoel kunnen zijn. Zo eentje om zich in onder te dompelen en dan met een frisse geest (ziel?) weer op te duiken. Of met een leeg gevoel naar huis te keren in de overtuiging dat het aan je voorbij zal gaan. Ik kreeg gisteren nog een berichtje van een collega met de boodschap dat hij verwacht dat er binnen afzienbare tijd een postkaart uit Santiago in de leraarskamer aan het prikbord zal hangen. Het is onze sterke wens dat hij uiteindelijk gelijk krijgt! Het wachten op en evaluatie van de chemobehandeling heeft een aanvang genomen. We weten nog niet precies wanneer dat zal zijn, maar binnen een week start de voorlopig laatste beurt en daarna is het weer tijd voor onderzoeken… 

zondag 17 februari 2013

Blijven slikken...


Zondag 17 februari. De week van de derde chemokuur is voorbij en daarmee ook de eerste nevenwerkingen (hopelijk blijf het hierbij) die de derde portie scheikunde met zich mee bracht. Pieters driedaags ziekenhuisverblijf betekent voor mij drie dagen heen en weer rijden van ziekenhuis naar werk, van werk naar huis en van huis naar ziekenhuis. Veel tijd of zin voor iets anders schiet er niet over op zo’n dagen. Van koken komt dan niet veel in huis en dus komen de diepvriesmaaltijden (meestal door Pieter zelf klaar gemaakt in betere tijden) goed van pas.
Eergisteren was het toch even spannend toen Pieter wakker werd met koorts. Rekening houdende met het feit dat Jolien al de ganse week loopt te hoesten vanwege één of andere infectie op de luchtwegen, vond onze huisarts het beter de specialist te raadplegen. Ik dus van het werk terug naar huis en van huis met Pieter weer naar het ziekenhuis. Na een onderzoekje van keel, longen en buik kon de dokter ons geruststellen. Voor de veiligheid toch maar weer een kuur antibioticum. Onze keukenkast begint zo stilaan op een apotheek te lijken: pijnstillers, hoestsiroop, neusspray, vitaminen, antibiotica en de bijhorende darmfermenten, bloeddrukverhogers, slaappillen, bètablokkers…  nee nee… niet allemaal voor Pieter. Jolien heeft er ook haar aandeel in.
Pieters pillenpakket
Die avond werd het mij even te veel toen ik Jolien weer uitgeteld in de zetel zag liggen. Pieter had geen zin in eten en Jolien ook al niet. Nog een warme maaltijd bereiden voor mij alleen zag ik niet zitten. Eén telefoontje … ik kon aanschuiven bij mijn ouders voor een overheerlijk Vlaams konijntje op grootmoeders wijze, met appelmoes en gestoofde peren. In gezelschap van mijn zus en haar gezellige bende kon ik even alle zorgen vergeten. Toen Hanne, mijn nichtje, mij een taxiritje naar huis aanbood, was mijn batterij weer helemaal opgeladen. Dankjewel oma, opa, Hanne en de ganse bende.
Ondertussen gaat ons leven zoveel mogelijk z’n gewone gang. en zit de ziekte ergens op de achtergrond. Soms kunnen we er niet naast kijken en dan moeten we er ook rekening mee houden.
Pieter houdt zich sterk en zijn positieve ingesteldheid helpt hem om door te zetten. “A spoonful of sugar helps the medicine go down.” zingt Marie Poppins. Maar het slikken blijft!

woensdag 13 februari 2013

Een drukke week


De derde chemo zit er bijna op. Deze namiddag nog een laatste infuus met cisplatine en we zitten op drie vierde van de behandeling. Na de volgende keer wordt het spannend, want dan komt de evaluatie van al deze chemische ellende. Dan hopen we te kunnen vernemen dat er nog een mogelijkheid bestaat om –toch minstens een deel van– de tocht naar Compostella af te kunnen werken.
Om dit in te tikken staat de tekst in het wit op een zwarte achtergrond op het computerscherm. Dat heeft te maken met de overgevoeligheid voor licht die de chemo met zich meebrengt. Maar dat heeft ook als gevolg dat ik mezelf in het scherm gereflecteerd zie, met het askruisje op het voorhoofd. Daar zorgden Liesbeth en Nele voor op deze aswoensdagmorgen, met nog een aangenaam gesprekje erbij en een kaartje om nog even bij stil te staan. Het gaat als volgt:
“Vandaag beginnen we aan een stevige tocht…
Onderweg kom je mensen tegen. Je kruist ze of ze trekken samen met je mee…
Verinnerlijking, versobering, verzoening én solidariteit.”
Deze tocht is een symbolische, naar Pasen. De volgende … tja, de volgende…?
Begin van een stevige tocht!
Toch blijven we optimistisch, want het eten gaat opmerkelijk goed, behalve tijdens het ziekenhuisverblijf. Vorige week echter stond er maar weinig maat op en het goeie nieuws is dat dat goed nieuws is! Hoe meer, hoe beter. Dat is het devies dat de diëtiste me gaf.
Wat vorige week ook opmerkelijk leuk was, dat waren de vele vele bezoeken, de ganse week door. Al die mensen, die een half uur, tot soms bijna een halve dag uittrekken om op ziekenbezoek te komen. Wonderbaarlijk en hartverwarmend, maar jammer genoeg ook vermoeiend. Dit laatste woord is, naast eetlust en bezoeken, het derde dat die voorbije week kenmerkt. Jammer, want bezoeken zijn heerlijk om te krijgen. Voor Mieke is het wellicht nog lastiger, want door mijn ziekte heeft ze al meer werk dan anders. Maar klagen willen we, en doen we dan ook niet.
En dan zijn er ook nog de vele kaartjes en berichtjes –SMS, mail en smartschool– die ik nog steeds allemaal probeer te beantwoorden. Maar het lukt niet meer de laatste weken. Sorry Hilde, sorry Jos, sorry Karel ... Lieve, Katrien, Ignace, Peter, Nele, Pol, Geert, Eleonoor, Aaron, Christine, Aagje, Annelien, Jolien… ik kwam er nog niet toe een antwoordje te sturen. En nog een iets grotere sorry aan al degenen die ik in dit lijstje vergeten ben!
Ik hoor een karretje door de gang van het ziekenhuis rollen. Middagmaal. Mijn kamergenoot kreunt van de honger, maar krijgt niks vanwege een gepland onderzoek. Alleen al de gedachte aan voedsel doet mijn maag protesteren, alsof ik de hond van Pavlov naar binnen heb gewerkt, maar ik moét eten. De wereld lijkt oneerlijk, maar ook daar moet je mee kunnen leven. Hmmm, bij nader inzien neemt de lekkere spaghetti het oneerlijkheidsgevoel grotendeels weg J!

maandag 4 februari 2013

Het had Mars moeten zijn


Het einde van de tweede cyclus komt stilaan in zicht. En die is toch een stuk minder rimpelloos verlopen dan de eerst cyclus. Tot en met het Neerpelt-avontuur was alles ok, zeer ok zelfs. Als we op maandagmorgen opstaan is de heesheid in mijn stem wat terug en tegen de middag stel ik wat temperatuursverhoging vast en doet mijn keel pijn. Na de eerste chemo had ik dat ook, dus geen zorgen. Maar die zorgeloosheid is van korte duur. Mieke vraagt voor de zekerheid toch maar een afspraak met de dokter, mijn stem is intussen volledig weg. Diagnose: keelontsteking – uiteraard!
Therapie: antibiotica. Direct en zonder uitstel wegens lage eigen weerstand.
Dinsdag ervaar ik wat ik me al altijd voorstelde bij nevenwerkingen van een chemokuur. Mottig zijn, geen zin om te eten, geen zin om te drinken, geen zin om TV te kijken of om te lezen. Geen zin om te staan of te liggen. Geen zin in muziek of in gepraat. Geen zin naar bezoek, geen zin om ook maar iets te doen. Geen zin in zijn… Bij 38° koorts moet ik naar het ziekenhuis van de dokter. Omstreeks 18.30 u. staat de thermometer op 37,9° maar dan gaat het weer naar beneden. Gelukkig voor mij én voor mijn huisgenoten is er al wat kentering op woensdag, maar de gevoeligheid voor licht komt weer naar boven. Te lang kijken doet pijn aan de ogen en aan het voorhoofd. Ik lig uren met gesloten ogen in de zetel en kan ’s avonds amper het nieuws op TV uitkijken. Gelukkig is er Algostase, die de pijn tijdelijk terug kan dringen en me toch toelaat om af en toe ‘iets’ te doen. Een boek dat ik kocht met een cadeaubon van de standaardboekhandel vordert op die manier met een tempo van een tien- à vijftiental bladzijden per dag. Dat boek levert me dus nog ontspanning tot eind maart!
Het herstel komt er heel langzaam, maar nu voelt mijn mond als rauw vlees en is eten pijnlijk. Een chipje eten doe ik op zijn Louises: ik heb er een minuut lang werk aan. Op vrijdag kan ik weer meer dan twee happen naar binnen werken.  De extra-energie-drankjes die ik voorgeschreven kreeg van de diëtiste zijn weerzinwekkend. Dan nog liever pannenkoeken bakken, wat dan ook prompt gebeurt. Mieke en Jolien elk zes, ikzelf twee en een kwart, dan wil mijn maag niet meer. Al bij al verlies ik alweer twee kilogram, maar op zondag mogen we aanschuiven aan de lange tafel in Wevelgem voor een portie hutsepot op grootmoeders wijze en dat smáákt zeg! Het spelletje ‘trivial pursuit’ smaakt ook (alleen het feit dat de eerste planeet waarop een ruimtetuig ooit landde, de aarde is, vind ik er écht over!).
Deze zondag is er één waarop Mieke en ik normaal gezien aan de beurt zijn om onze 'vrijwilligersdienst' in het ziekenhuis op te nemen: communie delen voor de zieken die dat wensen en daarna de mementoviering in de kapel bijwonen en assisteren. Iets wat we nu al enkele malen noodgedwongen en met pijn in het hart hebben moeten missen. Maar, 'we'll be back', Nele en Liesbeth!
De kapel van het ziekenhuis
Vandaag, maandag, is het leuk om opnieuw kennis te maken met mijn eigen stemgeluid. Alhoewel, tegen het uur dat Aagje naar mijn verhaal over zwaarte- en andere krachten luistert, is er alweer een boel sleet op die stem gekomen. Er blijft precies een pijnlijk plekje tussen keel en rechteroor zitten.