![]() |
| Louise op de rommelmarkt - in en rond Ieper - langs het strand in Bredene |
Over deze blog
Een blog krijgt telkens het recentste bericht bovenaan. Als je dus van het begin af aan wil lezen moet je met het onderste bericht op pagina 1 beginnen. Er staan in deze blog telkens tien berichten per pagina.
woensdag 8 mei 2013
Hoe het gaat
Eergisteren vroeg Jozef me tussen twee liedjes door in het zangkoor "Hoe gaat 't?". Niet direct een geheel onverwachte vraag, zelfs een heel gewone, die ieder van ons dagelijks wel een aantal keer stelt en gesteld wordt. Meestal antwoord je dan half automatisch "Goed..." en in het betere geval "Goed, merci." Maar op dat moment leek me dat eigenlijk een verkeerd antwoord en ik hoorde mezelf reageren "Ik voel me goed, maar eigenlijk gaat het niet goed." Hoe kan ik zeggen dat het goed gaat als de dokter, ondanks de enige behandeling die mogelijk lijkt, alleen maar kan vaststellen dat de oorzaak van je miserie niet gegroeid is? Of dat je diëtiste de boodschap geeft dat ze zo'n lang eind stappen niet echt een heel goed idee vindt? Dat is vanwege de afvalstoffen die in het lichaam gevormd worden bij langdurige fysische inspanning en die de positieve effecten van de intussen honderden limoenen zouden kunnen tegenwerken. Temeer daar het bijna onmogelijk zal zijn om het dieet door te zetten tijdens de wandeling. Misschien moeten we tijdens onze tocht dan maar in elke kruidenierswinkel, groentenwinkel of supermarkt die we passeren, limoenen kopen, en dat als een extra uitdaging zien om onze 'Compostela' te verdienen. Zo'n Compostela is een document dat je bij aankomst in het bedevaartsoord kan ontvangen als je je credencial (geloofsbrief) en je gevulde stempelboekje kan voorleggen. Maar zover zijn we nog niet. Nu gaat het erom om een beetje tegen de stroom in te varen en toch de voorbereidingen te treffen, iets wat ik met veel gretigheid doe, niettegenstaande de eerlijkheid van het antwoord op Jozefs vraag in de weg zit. Het gaat niet goed, maar zo voel ik me niet. Ik voel me super, ik kan nauwelijks zelf geloven dat het niet goed gaat. Dat komt natuurlijk voor een groot deel door die vele kleine en grote ervaringen die me -ons- voortstuwen om de plannen door te zetten. Het wordt stillaan bijna hallucinant welke wonderlijke dingen me overkomen de laatste dagen. Zo is er de stapel kaartjes die ik vrijdag laatst in handen kreeg van de PAG-collega's van de school. (PAG staat voor Pastorale Animatie Groep en bestaat uit een twaalftal collega's die rond zingeving, spiritualiteit en solidariteit één en ander organiseren op school). Ze hadden er niks beters op gevonden dan tijdens de kaartjes- en posterbeurs op school aan de leerlingen voor te stellen om een extra kaartje te kopen en het ook meteen naar mij te schrijven. Ik heb ze niet geteld, maar het moeten er een veertigtal geweest zijn. Sommige van individuele leerlingen, andere van groepjes en enkele van ganse klassen. Ook van leerlingen die al jaren geen les meer van me hebben. Ongelooflijk hoe die jonge mensen sommige dingen schrijven! Dat was vrijdag. Zaterdag was het openschooldag. Wilde ik ook niet graag missen. Er was een veiling voor het goede doel met werkjes van leerlingen uit de derdes, een initiatief van collega Francis en de ouderraad. Twee van de kunstwerkjes sprongen me in het oog en ik deed een bod vooraf. Maar de goesting om één van de twee ook effectief in bezit te krijgen steeg exponentiëel toen ik vernam wie de kunstenaar was: de leerling die mij overhaalde te rade te gaan bij moeke-diëtiste-met-kankerspecialisatie (zie berichtje van 4 april, "Vers, verser, versst"). Een prachtig werk overigens: een "echte" Roy Lichtenstein. Op de veiling zelf scheerde het schilderij dan ook hoge toppen ... Zo hoog dat het de actuele inhoud van mijn portefeuille ruim overschreed en ik dus met een groen lachje mee applaudisseerde toen mijn buurman zich het kleinnood toeëigende. Er kon zelfs nog een groen grapje van af: nu zou ik toch niet ver moeten lopen om het nog eens te kunnen zien. Zondag was weerom een topdag: wandeldag in Brugge met bezoekje aan Louise, die mee met haar moeke spullen hielp verkopen op de rommelmarkt in Sint-Andries en dan een eerste wandeling van 20+ kilometers. Met na afloop een zie-je-wel-dat-het-zal-gaan gevoel. Als we 's avonds luilekker in de zetel zitten uit te rusten gaat de bel. Mieke opent de voordeur en daar staan de kinderen van naast de deur met een cadeau. 40 op 40 cm groot, precies de afmetingen van de namaak-Roy. Kun je dat geloven? Buurman heeft het simpelweg voor onze neus weggekaapt om het dan stiekem cadeau te kunnen geven! Slik. Kun je nagaan dat ik me goed voel! Maar het blijft doorgaan. Gisteren werden we door Miekes dooppeter de ganse dag op sleeptouw genomen door de frontstreek van 'Den Grooten Oorlog'. Wonderlijke dag. Heerlijke dag. Leerrijke dag. Onvergetelijke dag. Momenteel zit ik in een sofa in een appartement in Bredene. We zijn hier een tweetal dagen op uitnodiging van Chay, hervonden vriend van vroeger (ik verwijs naar het berichtje van 5 maart, "Eten en hongeren", die hier zijn geluk en definitieve stek gevonden heeft. Het was een fantastische wandeling deze morgen: langs de zee van Bredene naar Wenduine en terug met de tram. Vanavond wordt het wellicht een Cambodjaanse maaltijd, want Chay gaat voor ons koken...
donderdag 2 mei 2013
Tussen vreugde en twijfel
Zo veel tussentijd is er nog niet geweest tussen twee
berichten. Maar het viel een beetje binnen de verwachtingen dat het in deze
tijd wat kalmer zou worden. Het is intussen acht weken geleden dat de laatste
chemische aanval op het fort van mijn vege lijf werd beëindigd. De schade was
groter dan ooit tevoren. Uit de puinhopen is dan wel geen geheel nieuwe Pieter
opgestaan, maar dan toch een licht bijgewerkte versie. Dat bijgewerkte zit hem
in een extra pakketje aan inzicht. Met daarbovenop (her)nieuw(d)e vriendschappen
groot en klein en met misschien een iets duidelijker kijk op wat er toe doet in
het leven.
Dat de eerste twee weken na de vierde chemobeurt een hel
waren, kon je vroeger al lezen, maar sindsdien is het dag na dag alleen maar
beter geworden en komt het wandelen meer en meer in the picture. Het begon
maandag 1 april met een 9-tal kilometer rond Rekkem. Vorige week hadden we er
al één van 18 kilometer. Het grootste obstakel is de tijd die ervoor nodig is,
vooral bij Mieke dan, want zij moet uiteraard wel nog naar het werk… zij is
niet ziek … Raar gezegd, want ik voel me ook niet echt ziek, kan het nauwelijks
geloven dat binnen in mij iets zit dat zo dodelijk kan zijn, want ik voel me
heel erg levend. Mensen zeggen of schrijven me dat ze bewondering hebben omdat
ik open ben, omdat ik mij niet gewonnen geef of omdat ik wil vechten. Ik vecht
helemaal niet, maar leef heel gewoon verder en terwijl ik dat doe, wordt me
zoveel in de schoot gegooid: de honderden mails en kaartjes, een weekendje aan
zee, een volgwagen voor de pelgrimstocht, een olijke kleindochter, een onderdompeling
in een andere feestcultuur op een quinceañera-feest, … het zijn maar een paar voorbeeldjes. Ze
hebben wel één zaak gemeen: ze pompen me vol energie en vormen bewijs dat
liefde een kracht is met ongekende en onmeetbare eigenschappen. Wat kan ik
anders zijn dan dankbaar en gelukkig voor dit alles?
En toch … ergens knaagt het. Wat zal er nog van overblijven
als het echt fout loopt? Moet ik daar ook rekening mee houden? Ben ik nu niet
teveel aan het doen alsof alles weer goed komt? Men zegt toch dat kanker een
stille doder is? Wat de dokters zeggen kan je toch niet helemaal overboord
gooien? Het ding zit er wel nog hé! Het is niet weg, het is te zien op de scan.
Het heeft wellicht wel een serieuze opdoffer gekregen maar ligt niet op
apegapen. Zou het dieet iets uithalen? En als dat zo is, waarom zou de dokter
dan zo geen dieet voorstellen? … ??? …
???
Op dit moment kunnen deze vragen me niet echt raken. Er is
vertrouwen, voor een groot deel gevoed door het mooie dat op me afkomt, niet in
het minst de pelgrimstocht. Ook deze maand mei heeft zoveel goeds in petto: een
tweedaagse met Mieke in Bredene, het verlengde Pinksterweekend met het ganse
gezin in Zeeland, de PAG-uitstap naar … (sorry, moet geheim blijven, want het
is een verassingsreisje dat ik met Annie voorbereidde). En natuurlijk de
voorbereidende wandelingen. Gisteren was dat in Noord-Frankrijk aan de westkant
van de steden Rijsel en Tourcoing. Prachtig wandelingetje, al zeg ik het zelf.
Ik heb het voordien uitgestippeld op Google Earth en overgezet op de wandel-GPS.
Tussendoor een tandartsbezoek, een update bij de diëtiste, een onderonsje met de podologe om een paar nieuwe steunzolen aan te meten. En dan is er ook nog de evaluatie-CT-scan op 23 mei. Binnen exact drie weken dus. In de tussentijd laten we onze wandelschoenen kilometers vreten. Als Santiago nog niet letterlijk dichterbij komt, dan toch wel figuurlijk!
Tussendoor een tandartsbezoek, een update bij de diëtiste, een onderonsje met de podologe om een paar nieuwe steunzolen aan te meten. En dan is er ook nog de evaluatie-CT-scan op 23 mei. Binnen exact drie weken dus. In de tussentijd laten we onze wandelschoenen kilometers vreten. Als Santiago nog niet letterlijk dichterbij komt, dan toch wel figuurlijk!
![]() |
| Een vervoermiddel is het niet, maar je kan er wel op zitten! |
vrijdag 12 april 2013
't Is stil waar het niet en waait
Het is al een poosje stil op deze blog, maar niemand hoeft
daar één of andere reden voor te zoeken. Ik ben niet geveld door mijn ziekte,
ik ben niet op vakantie en ik ben ook
niet uitverteld. Hoewel, dat laatste aardig dicht in de buurt komt: nu ik geen chemobeurten
meer krijg, begint alles weer zijn gangetje te gaan: het vergif loopt
stilletjes weg uit mijn lijf, de lichtgevoeligheid en andere ongemakken lopen
terug, mijn haar begint sinds gisteren , terug uit te lopen, kortom: alles
loopt gesmeerd. Alhoewel ik niet te hard van stapel mag lopen, want de
boosdoener is er nog steeds en tikt mij af en toe nog eens op de vingers als ik
teveel hooi op de vork durf nemen. Toch voelt het aan alsof alles weer bijna
normaal is en dat ik weer kan overgaan tot de orde van de dag. De stilte waarover
sprake betekent dus ook wel gebrek aan nieuws met nieuwswaarde…
Van de andere kant, de oorspronkelijke bedoeling van dit
hele blog-gedoe komt weer wat op het voorplan.
We doen dus alsof we op 9 juli de deur achter ons dichttrekken voor een
uitje naar Santiago. Santiago door
beginners, weet je wel! Enkele dagen geleden werden de bestelde boekjes met de
reisbeschrijving bezorgd. Dat doet dromen, maar maakt tegelijk alles meteen nog
een stuk concreter. Ik heb er niet beter op gevonden dan een poging te doen om de
ganse route vanuit de boekjes naar de computer te vertalen, om dan naar de GPS over
te laden. Een monnikenwerk, maar zowel tijd, enthousiasme als interesse zijn in
ruime mate beschikbaar. Momenteel reikt mijn virtuele reis bijna tot in
Bourges, dat ligt reeds op de ‘Via Lemovicensis’ ofte ‘De weg langs Limoges’.
Mijn linkerarm vindt de computersessies soms te lang en dan laat ik hem even
uit. Sedert een week gaan immers ook dagelijks een tweetal uurtjes naar het
aanleggen van de moestuin, maar dan heb ik het wel gehad. Sla, tomaten, prei,
patatjes enz… voor het geval het enthousiasme groter dan de fysische capaciteit
blijkt te zijn en een zekere dokter onze pelgrimage wijzigt in een
driewekelijkse pendelbeweging tussen huis en kliniek. Maar dat is uiteraard
geheel en al hypothetisch. Alleen de groentjes zij echt!
![]() |
| De eerste 29 etappes zijn gedigitaliseerd en de schelpen liggen klaar. |
donderdag 4 april 2013
Vers, verser en versst
Wie vorig stukje over mijn verse-groenten-en-fruit-dieet
gelezen heeft zal misschien wel eens in zijn haar geschart hebben met de
bedenking dat het wellicht veel moeite kost om al die verse groenten en fruit
bij elkaar te krijgen, elke dag opnieuw. Het antwoord is: ja! Het is niet
helemaal onbekend dat ik het tuinieren een beetje in het bloed heb, maar we
zijn godjandorie april hé. In een jaar met een tergend lange winter dan nog. Nu
staan enkel nog een verdwaalde preistengel en een vergeten wortel in de tuin.
De rest is aarde, gras, muurkruid, hoopjes kippenmest en achtergebleven
herfstbladeren. In de winkel vind je van alles, maar tegen woekerprijzen en
bovendien heel dikwijls behandeld met pesticiden of andere kankermaatjes. Maar
toch mag ik niet klagen: ajuinen, aardappelen en sjalotten liggen voor het
rapen in de kelder. Er zit nog een voorraadje kool, wortelen, andijvie,
princessenboontjes en hopen soep in de diepvries. Twee problemen: de hopen soep
zijn klaargemaakt met bouillonblokjes en die zijn taboe vanwege de vele
industriële additieven en ten tweede: de tomatenpuree is op. Door de sappige
zomer vorig jaar hebben de tomaten het
niet lang volgehouden en was er dus ook geen grote oogst.
Tot daar mijn tuinheroïek. Eergisteren brachten we een
bezoekje aan de diëtiste. Ik had enkele verpakkingen bij van voedingsmiddelen
die ik als ‘clean’ beschouw: bio-tomatenpuree, haringfileetjes op azijn en
multigranen-ontbijtvlokken. Alleen de haringfilets doorstonden de
test. De tomatenpuree is te rood (en is dus behandeld omwille van die
kleur) en de ontbijtvlokken zijn van Kellogs en die firma zit tot aan haar nek
in de rechtzaken omdat er additieven die niet op de ingrediëntenlijst staan, gevonden
worden in de producten. Weg tomatensoep. Weg spaghetti bolognaise. Weg lasagne,
ratatouille en tomatensaus met champignons.
Bovendien: wat moet ik nu nog
eten bij een boterham ’s avonds, als charcuterie, kaas en vlees-/vissalades
wegvallen? Het is een andere prangende vraag die ik aan mijn strenge diëtiste
voorleg. “Awel, wittebonenpasta hé! Lekker hoor!” – zegt ze. Je kookt een kilo
witte bonen, je stooft een halve kilo ajuinen bruin met een teentje of vijf-zes
knoflook en mixt alles door elkaar. “Hmmm,” denk ik, “als dat maar niet voor
teveel geurhinder zorgt in Huize Hanssens…”
Toch is er iets opmerkelijks in dit verhaal: vorige week had ik mijn moeder aan de lijn en die vertelde me dat ze nog een hele hoop witte boontjes van eigen oogst hebben liggen! En de week daarvoor stelde schoonmama voor om een paar doosjes tomatenpuree uit haar diepvries mee te nemen... Van eigen oogst uiteraard! Die moeders toch hé, die weten soms dingen zonder dat ze weten dat ze ze weten!
Toch is er iets opmerkelijks in dit verhaal: vorige week had ik mijn moeder aan de lijn en die vertelde me dat ze nog een hele hoop witte boontjes van eigen oogst hebben liggen! En de week daarvoor stelde schoonmama voor om een paar doosjes tomatenpuree uit haar diepvries mee te nemen... Van eigen oogst uiteraard! Die moeders toch hé, die weten soms dingen zonder dat ze weten dat ze ze weten!
Gisteren was het precies vier weken geleden dat ik nog in
een ziekenhuisbed lag. Da’s de langste periode sedert een maand of vier. De
chemo lijkt weg te sijpelen uit mijn binnenste. Licht kan mij niet veel meer
deren, mijn stem kan al eens een uurtje zangstonde verdragen en de maag laat al
eens een extra aardappeltje binnen. Alleen komt de vermoeidheid soms nog
spelbrekertje spelen. We volharden in het idee dat we begin juli vertrekken op
onze ultieme tocht, ook zonder dat de dokter daar geloof aan hecht. In dat
verband zijn we vrijdag naar ‘België’s grootste kampeerwinkel’ geweest, in
Lochristi, en hebben onszelf daar elk een paar ‘professionele’ stapschoenen
cadeau gedaan. Maandag was dan onze eerste wandeldag-ter-voorbereiding-van. Een
leuke wandeling van 9 km in en rond Rekkem met twee uitschieters: de
tegenwind was niet te doen en midden de velden stootten we plots op een pijltje
dat naar Compostella voert…
![]() |
| Even de muts af voor de foto en dan verder naar ... ???? |
dinsdag 26 maart 2013
Een bekentenis
Ik moet toegeven: ik vertel niet alles, want sedert een week
of twee ben ik aan het diëten geslagen. Geen citroenkuur, Weight Watchers,
caloriearm of calorierijk dieet. Maar een kanker bestrijdend dieet. Het gaat
als volgt: een week of vier geleden, da’s de week voor de laatste chemobeurt
krijg ik een berichtje van een brave leerling met de mededeling dat de moeke
diëtiste is en gespecialiseerd is in kankerbestrijding. Haar moeder, de oma
dus, was 20 jaar geleden zo goed als opgegeven door de dokters omwille van een
kanker en nu is ze springlevend. Een redelijke verklaring is het dieet dat ze
volgde. Ik zeg dus aan mijn leerling dat
ik na de chemobeurt contact zal opnemen en daarmee pin ik mezelf dus vast om
dat ook te doen. Op vrijdag 8 maart pleeg ik het afgesproken telefoontje en
vier dagen later zitten Mieke en ikke al aan tafel met een kleine, zwartharige dame
die met hand en tand –of is het met handen en voeten– uitlegt wat ik zoal moet
doen om de kankercellen het leven zuur te maken. Zo zuur dat ze het voor
bekeken houden. En dat is nogal letterlijk te nemen! Ik moet elke morgen een
groentebouillonnetje tot mij nemen dat de avond te voren gekookt werd en
bestaat uit een bundeltje groene groenten naar keus (preibladeren, selder,
savooikool, peterselie, broccoli, noem maar op) met daarbij een ajuin en drie
(DRIE!) teentjes knoflook. Plus daarbij –en nu komt het– het sap van drie tot
tien (TIEN!) limoenen. Dag per dag oplopende van drie naar tien en dan weer
aftellend naar drie. Je begrijpt dus wel dat je het ‘zuur maken’ letterlijk mag
nemen. Elke morgen naar binnen kieperen die boel en daarna drie uur niets
eten of drinken. Concreet komt het erop neer dat ik rond vijf uur uit bed rol, mijn sapje (3
grote glazen, burps) drink en dan weer het beddeke opzoek voor nog een tweetal
uurtjes onder zeil. Nu en dan zit er een pauzedag tussen. Verder moet ik zoveel
mogelijk verse groenten eten, dagelijks een vijftal stukken fruit en veel
patatten en bruin brood, weinig vlees en nog minder vet. Tenslotte moet ik
dagelijks een drankje brouwen van zes sinaasappelen (of andere vruchten), een paar eetlepels
rietsuiker en een liter leidingwater dat niet door de waterverzachter verzacht
werd. Ik ben daar nu een tweetal weken mee bezig, ben al weer bijna 2 kg
bijgekomen en voel me goed in mijn vel. Da’s één.
![]() |
| Het strikte minimun voor morgen, vlees en groenten exclusief (de selder is voor de bouillon) |
Het tweede is geen toegeven of opbiechten. Maar gewoon dit: vanmiddag tijdens mijn dutje krijg ik een telefoontje van de oncologisch verpleegster uit het ziekenhuis om te zeggen dat het resultaat van de octreotidescan van verleden week binnen is en dat ze me zal doorverbinden met de dokter. Die weet me te vertellen dat er geen cellen met ingangspoortjes zijn gevonden. Net zoals bij de uitslag van de CT-scan klinkt dat slecht, maar is dat volgens de dokter geen slecht, maar goed nieuws. Ah bon??? Het gaat als volgt: dat er geen cellen met ingangspoortjes zijn zal wellicht te verklaren zijn dat, als er al waren, ze nu kapot zijn door de chemo. Dus dat de chemo zijn werk gedaan heeft! Kwestie van positief blijven of écht goed nieuws? We durven er ons niet echt over uit te spreken. Maar hij zegt ook nog dat hij de volgende CT-scan liever binnen twee maand dan binnen drie maand zou hebben. We spreken af op 23 mei … Daar ben ik blij om, want dat betekent toch dat we iets vroeger duidelijkheid krijgen omtrent de eventuele start van de Grote Tocht Naar Compostella.
Vandaag ben ik ook nog eens gaan werken. Echt werken, je kent dat wel: je gaat naar je werk en doet daar nuttige dingen. Preventiewerk, maar ook speelplaatsassistentie, zoals we dat bij Don Bosco noemen. Het verschil met surveilleren is dat je geen politie-agentje speelt, maar jezelf tussen de leerlingen begeeft en open staat voor wat ze zeggen of doen. Zo ook vandaag tijdens de lange examenspeeltijd, ik was vooral bij leerlingen van de eerstes. Vertellen wat ik zoal meegemaakt heb, vragen hoe ze het stellen met de examens (ze hadden die voormiddag juist proef aardrijkskunde gehad) of gewoon een beetje keuvelen over zoetjes en zalfjes. Als een vis al gevoelens heeft, dan voelde ik me als een vis die van een klein bokaaltje in een grote vijver mocht verhuizen. Het was bitter koud en felle zon, maar ik had geen last van het uitbundige licht.
Vandaag ben ik ook nog eens gaan werken. Echt werken, je kent dat wel: je gaat naar je werk en doet daar nuttige dingen. Preventiewerk, maar ook speelplaatsassistentie, zoals we dat bij Don Bosco noemen. Het verschil met surveilleren is dat je geen politie-agentje speelt, maar jezelf tussen de leerlingen begeeft en open staat voor wat ze zeggen of doen. Zo ook vandaag tijdens de lange examenspeeltijd, ik was vooral bij leerlingen van de eerstes. Vertellen wat ik zoal meegemaakt heb, vragen hoe ze het stellen met de examens (ze hadden die voormiddag juist proef aardrijkskunde gehad) of gewoon een beetje keuvelen over zoetjes en zalfjes. Als een vis al gevoelens heeft, dan voelde ik me als een vis die van een klein bokaaltje in een grote vijver mocht verhuizen. Het was bitter koud en felle zon, maar ik had geen last van het uitbundige licht.
En dan is er nog dit: ik heb eindelijk een methode gevonden
om mensen op de hoogte te houden van nieuwe blogberichtjes. Dat ‘volgers-gedoe’
schijnt nergens naartoe te leiden, maar als je door scrolt naar helemaal
onderaan, dan kan je daar je email-adres opgeven en dan krijg je automatisch
het nieuwe blog-bericht in de mailbox. Wel eerst nog even je aanvraag bevestigen
met een code die je krijgt en daarna een link aanklikken in een mail die je even
later toegezonden krijgt, het wijst zichzelf. Verder moeten jij noch ik iets
doen. Ik heb het al getest bij het vorige bericht en het werkte!
maandag 25 maart 2013
Witte rook?
Het is telkens weer leuk als mensen reageren op deze
schrijfsels. Sommigen doen dat rechtstreeks, anderen met een mailtje of een
reactie op de website zelf. Vele malen is er lof voor de ‘moed’ om de blog te schrijven, maar
toch moet ik dat een beetje nuanceren hoor. Voor mij is het evenzeer een
uitlaatklep als een manier om iedereen op de hoogte te houden.
Eergisteren mochten Mieke en ik een uitvoering meemaken van
het Aalbeeks Gemengd Koor, waar we in betere tijden zelf in meezingen. Na al die maanden weer eens tussen de collega-koorleden toeven deed veel deugd. We
hoorden onder andere de Mattheuspassie van Kühnhausen, in samenwerking met nog
twee andere koren: één uit Wielsbeke en
één uit Waregem. In het Waregemse koor zingt ook nicht Lieve, met wie het
weerzien na afloop zo hartelijk en deugddoend was dat het bijna pijn deed. Ben
ik dan (nog) een pak gevoeliger geworden, of zorgt die neuro-endocriene kankerbol
in mijn buik voor een extra pak emo-hormonen? Zou best kunnen, want nu is men,
zoals in vorig berichtje al gemeld, op zoek naar ‘ingangspoortjes’ om een
radioactieve behandeling te kunnen opstarten. Naar ik heb begrepen zijn die
‘ingangspoortje’ typisch voor kankercellen die ook hormonen kunnen afscheiden.
En als je een teveel aan een bepaald soort hormonen hebt, dan kunnen er vreemde
dingen met je gebeuren. Komt er dus op neer dat we hormonale uitspattingen
eigenlijk als een goed teken moeten zien, leuk hé? Het is nu enkel nog een
weekje geduld oefenen om de dokters te laten uitvissen of die octreotidescan
dit ook kan bevestigen. Hold fingers crossed!
En Compostella? Wel, Mieke en ikzelf waren al een heel
aantal weken overeen gekomen om niets te beslissen vooraleer we wisten waar we
aan toe waren na het onderzoek van vorige maandag. De CT-scan dus, voor wie nog
altijd kan volgen. Die was niet echt negatief, maar ook niet veelbelovend.
Vorige week woensdag hebben we onszelf in een mini-conclaaf overgegeven aan
diepgaand overleg en hebben met 2/3-meerderheid van stemmen besloten dat we
begin juli starten. Witte rook dus, maar de derde hoofdrolspeler, de dokter,
was voor het gemak even niet uitgenodigd. Er is dus een sterk voorbehoud van
belangrijke onbekende factoren, want ergens in juni moet er een nieuwe
evaluatie komen… We gaan er nu van uit dat we hoe dan ook vertrekken en we zullen
ons ook als dusdanig gedragen de komende maanden. Fysieke en geestelijke
voorbereiding: vele kilometertjes wandelen –als deze lange en koude winter
eindelijk zijn greep lost– , wat lectuur achteroverslaan, uitrusting verzamelen
en routes plannen. Het komt allemaal dichterbij, en we verlangen er ook naar.
maandag 18 maart 2013
Evalueren en evolueren
We zijn een dik uur terug thuis van het ziekenhuis. Het was
in de blog nog niet te lezen, maar vandaag was er evaluatie van de
chemotherapie. ’t Is te zeggen: eerst even binnen bij de dienst ‘medische
beeldvorming’ voor een zoveelste doorlichting (da’s in een groter tempo dan op
school, hoor). In wezen een doorzwommen watertje, maar na de injectie van de
contrastvloeistof gaat het toch even de verkeerde kant uit. Plots lijkt het
alsof mijn keel zodanig aan het zwellen is, dat ik geen adem meer kan halen.
Lang duurt het allemaal niet, maar ’t is wel een enge ervaring.
Nu, op zo’n verhaaltjes wil ik je eigenlijk niet vergasten,
belangrijker is natuurlijk wat we bij de dokter te horen krijgen. Ik voel me
nogal zeker van mijn stuk en ben ervan overtuigd dat het gezwel serieus in
omvang moet zijn verminderd, hoe zou het anders kunnen dat ik weer kan eten
‘gelijk ne dijkendelver’ (en geen ‘dikke delver ‘hé, zoals sommigen plegen te
denken)? Hoe zou ik mij anders de week voor de laatste chemo en nu stilletjes aan
weer zo goed gevoeld hebben? Maar die vrij hoge verwachtingen worden meteen
serieus afgetopt als de dokter op zijn computerscherm de situatie voor en na de
chemobehandeling toont. “Je ziet dat de
tumor niet groter geworden is, maar hij is er ook niet op verkleind”, zou
er in het tekstballonnetje van de dokter staan, mocht dit een stripverhaal
zijn. Maar dat is het niet en de woorden zijn echt. Tja, ik moet toegeven, dat is
niet direct hetgeen ik verwachtte te horen. En Mieke ook niet. Niemand
wellicht.
Maar ja, dat is maar het begin van de uiteenzetting. Wat volgt, ontkracht de negatieve reactie nagenoeg volledig. Mocht de chemo niet aangeslagen hebben, dan zou er pas echt een groot probleem zijn en navenant ook een veel grotere tumor. Zouden er nog meer metastasen (=secundaire tumoren) te zien zijn. Zou ik mij niet zo goed voelen als ik mij nu voel. Zou men ook direct moeten kijken voor een andere strategie. Maar dat is het allemaal niet. Integendeel, de secundaire tumoren zijn wel in omvang afgenomen, weliswaar niet heel erg duidelijk te zien, maar toch. Het feit van herstelde eetlust wijst er heel duidelijk op dat het gezwel dan wel niet gekrompen is, maar wel sterk verzwakt. Wat hadden we ons eigenlijk wel voorgesteld?
Maar ja, dat is maar het begin van de uiteenzetting. Wat volgt, ontkracht de negatieve reactie nagenoeg volledig. Mocht de chemo niet aangeslagen hebben, dan zou er pas echt een groot probleem zijn en navenant ook een veel grotere tumor. Zouden er nog meer metastasen (=secundaire tumoren) te zien zijn. Zou ik mij niet zo goed voelen als ik mij nu voel. Zou men ook direct moeten kijken voor een andere strategie. Maar dat is het allemaal niet. Integendeel, de secundaire tumoren zijn wel in omvang afgenomen, weliswaar niet heel erg duidelijk te zien, maar toch. Het feit van herstelde eetlust wijst er heel duidelijk op dat het gezwel dan wel niet gekrompen is, maar wel sterk verzwakt. Wat hadden we ons eigenlijk wel voorgesteld?
En dan is het vragenronde. Bijna alle vragen gaan over
bijkomende klachten, maar kunnen onder de noemer ‘nevenwerkingen van de
chemotherapie’ bij het huisvuil wordt gecatalogeerd. Eén vraag is van een
andere orde: “Kunnen we in de vakantie onze tocht naar Santiago de Compostella op
het programma laten, of moeten we dat op die grote, zieke buik van me
schrijven?” (Da’s niet letterlijk J)
Het antwoord is, zoals verwacht, diplomatisch en allesbehalve glashelder.
Binnen drie maanden moet er een tweede evaluatie volgen om te zien hoe het
verder evolueert. Evalueren, evolueren, soit: de tocht gaat dus niet door zoals
gepland. Slik. Nu moet ik de tijd nemen om alle sporen van de chemo uit mijn
lichaam te verbannen en weer op krachten te komen. Dit is mijn opdracht. Later
zien we wel. En uitstel is geen afstel. De dokter is desalniettemin het idee
van de tocht genegen. “Misschien vertrekken aan de Pyreneeën … zorgen voor een
volgwagen …” Het zijn ideeën die hij oppert.
Verder deze week moet ik nog eens in de tunnel voor een
‘octreotidescan’. Ingewikkeld woord voor een ingewikkeld onderzoek. In wezen
komt het erop neer dat men op die manier ‘ingangspoortjes’ in de tumoren hoopt
te vinden om ook een behandeling met radioactieve stoffen te kunnen laten
doorgaan. Zonder al te veel hoop. Heel duur overigens ook, maar het proberen
waard.
En dan zijn er nog de derdes. Die heerlijke derdes. Die
steken hun tong uit naar kanker! Speciaal voor mij, dankjewel! Mieke en ik -en Louise!- doen alvast mee, wie nog?
vrijdag 15 maart 2013
Een breed dal
Ik richt mij eventjes tot mijn generatiegenoten. Stel
je het volgende voor: je zit in het derde jaar van de middelbare school.
Herinner je je nog wie je leerkracht aardrijkskunde was? Mijn broers en
vroegere klasgenoten zullen zich ook die van mij nog wel herinneren: een
beminnelijk man, een zeer goeie leerkracht, die voor mij een toonbeeld was en
de ‘goesting’ om leerkracht aardrijkskunde te worden bijbracht. Soit. Maar stel
je nu ook even voor dat je als veertienjarige een kaartje naar die leerkracht
wil sturen. Zou je hem (haar) dan aanspreken met: ‘Liefste meneer’ of je
kaartje eindigen met ‘dikke knuffel’? Ik in elk geval niet. Maar ik kreeg vorige
vrijdag zelf tientallen zo’n kaartjes!
Het gaat zo: kort na vier uur krijg ik van een excellente
collega een sms’je en kort daarna een telefoontje (ik ben geen haas met een
GSM) met de vraag of ik een kort bezoekje zie zitten van een drietal collega’s.
Dat komt goed uit, want het was rustig geweest die namiddag. Tien minuten later
zijn ze present en als het gesprek goed op gang is, komt plotseling uit dat er
eigenlijk nog iets is. In het derde jaar hebben leerkrachten Nederlands,
godsdienst en P.O. (plastische opvoeding) het idee opgevat om de leerlingen een
kaartje te laten schrijven. Krijg ik daar een (mooi roze) tasje met zo’n honderd
wenskaartjes in. Zelfgemaakt of (zelf) gekocht, al naargelang de opdracht
vanuit P.O. kwam of niet. O-VER-DON-DE-REND!
![]() |
| Zeg nu zelf! |
Het ‘korte’ bezoekje duurt ruim
anderhalf uur, maar doet me tegelijk vergeten dat ik al de ganse dag op de dool
ben. De gewone kwaaltjes: lichtgevoelig, pijnlijke stem, overdreven vermoeid,
lusteloos gevoel, knoop in maag en darmen, … Dankjewel collega's, dankjewel derdes!!!
Maar de gewoonte leert dat zo’n dag een alleenstaand
geval is. Dus, zaterdag sta ik op en ga vrolijk naar beneden (voor zover de
gereformeerde teen dat toelaat natuurlijk), maar kom tot de vaststelling dat
het toch nog niet helemaal voorbij is. Later op de dag moet ik toegeven dat het
helemaal niet voorbij is. Integendeel. Maar, geen nood, morgen komen Heidi,
Tomas, Louise, Saskia en Christof. ’t Is veel belangrijker dat ik tegen dan
weer in orde ben.
Zondag komt. Zondag gaat. Onze bezoekers ook. ’t Is leutig en plezant, maar ik moet me noodgedwongen op de achtergrond houden. Stom licht, stomme maag, stomme voet, stomme kop, ….
Maandag komt en maandag gaat. Dinsdag komt en gaat. Woensdag komt, gaat. Donderdag komt.
En dan gaat het wat beter. Na een geknapt namiddaguiltje heb ik precies geen overdreven last meer van het licht. Ik kan weer lezen! Wel honderd pagina’s die dag. Heerlijk!
Vrijdag ben ik zelfs een hele poos bezig op de computer zonder echt last te hebben. De kracht is niet helemaal terug, maar ik voel dat de Camino mij uit het dal voert. Dit keer geen diep dal, maar een breed dal.
Camino. Een woord dat onze nieuwe paus de avond ervoor een paar maal gebruikte bij zijn eerste toespraak. “Laten we samen de weg van de Kerk opgaan, een weg van vriendschap, van liefde en van vertrouwen…” Heerlijk, toch? Ook zijn naam en zijn stijl overigens. Er is hoop! Het schijnt dat Franciscus van Assisi ook ooit de Camino naar Santiago heeft afgelegd. Dat zal ook wel niet met de trein geweest zijn.
Zondag komt. Zondag gaat. Onze bezoekers ook. ’t Is leutig en plezant, maar ik moet me noodgedwongen op de achtergrond houden. Stom licht, stomme maag, stomme voet, stomme kop, ….
Maandag komt en maandag gaat. Dinsdag komt en gaat. Woensdag komt, gaat. Donderdag komt.
En dan gaat het wat beter. Na een geknapt namiddaguiltje heb ik precies geen overdreven last meer van het licht. Ik kan weer lezen! Wel honderd pagina’s die dag. Heerlijk!
Vrijdag ben ik zelfs een hele poos bezig op de computer zonder echt last te hebben. De kracht is niet helemaal terug, maar ik voel dat de Camino mij uit het dal voert. Dit keer geen diep dal, maar een breed dal.
Camino. Een woord dat onze nieuwe paus de avond ervoor een paar maal gebruikte bij zijn eerste toespraak. “Laten we samen de weg van de Kerk opgaan, een weg van vriendschap, van liefde en van vertrouwen…” Heerlijk, toch? Ook zijn naam en zijn stijl overigens. Er is hoop! Het schijnt dat Franciscus van Assisi ook ooit de Camino naar Santiago heeft afgelegd. Dat zal ook wel niet met de trein geweest zijn.
Ik ben nog steeds van plan mijn 'achterstand' aan mails en zo in te halen. Ik wil ook graag een aantal van de kaartjes van hierboven persoonlijk beantwoorden. Ze zijn het allemaal waard, maar ze allemaal beantwoorden is onmogelijk!
Even kort
Ik sta vele dagen achter, met alles. De hoofdschuldige in deze ben ik zelf niet, noch Mieke noch om het even wie anders. Alleen die 'vorte' chemo - vergeef me de bewoording. Vijf en een halve dag lang hield ze me vast, zwervend als een zombie, zwijgzaam als een graf en blind als een lijk. Ik moet er meer over vertellen, maar moet oppassen met schermgebruik, veel te wit voor mijn kijkertjes. En bijgevolg pijnlijk. 'k Wou nu alleen maar even zeggen dat ik er nog ben, zij het in een wat schielijker staat dan tevoren. Ik moet nog een mooi verhaal vertellen ook, over wat me vrijdag overkomen is. 'k Was al begonnen op zaterdag, maar toen lukte het niet meer. Ik hou het dus in petto....
dinsdag 5 maart 2013
Eten en hongeren
Eventjes
testen of ik met koppijn en een protesterende maag ook nog zinnige dingen op
papier kan zetten. Hmm ... papier dat komt hier niet te pas. Enkel nog voor de
wenskaartjes en die blijven maar komen, weliswaar niet meer in het razende
tempo dat ze er op na hielden zo'n twee maand geleden, maar dat wordt ook niet
van wenskaartjes verwacht, naar ik meen. Ik ben momenteel aan de tweede dag van
de vierde en voorlopig laatste chemobehandeling. Ik ken het soort gevoel dat in
een mens omgaat als hij de laatste kilometer van de Pinksterloop (11km) in
Kortrijk bereikt. Dit zou zo'n beetje hetzelfde moeten zijn: zoiets van 'Nu kan
het niet meer mislukken'... Maar dat gevoel heb ik helemaal niet. Gedurende twee
weken liep het leven weer zoals vier maand terug: ik kon weer bijna eten als
voorheen en dat leverde me drie kilo nieuwe massa op. Stel je voor! Ik heb (wij
hebben, want Mieke en Jolien uiteraard ook) gegeten: lasagne, varkensgebraad
met gestoofd witlof, pangasiusfilets in een korstje van paneermeel met
citroenzeste en peterselie met volle rijst, biefstuk-friet en eergisteren nog
een heerlijke schotel moussaka bij Ann en Bemen. De stoofpot à la Jeroen Meus
bij Heidi, vorige zaterdag, was ook niet te versmaden. En van al dat lekkers
krijg ik volle porties naar binnen! Bij momenten zelfs een tweede en bij de
lasagne een derde portie! Die hernieuwde kennismaking met een gezonde eetlust
wordt zondag bruusk afgebroken na de koffietafel. Op zondagavond gaat er
nauwelijks een hap naar binnen en gisterenmorgen slechts een halve zjat koffie.
Wat een afgang... Maar tegelijk ook helemaal geen 'afgang' want de uitgang voor
al die voedselgeneugten blijkt plots verstopt. Is dat de reden dat er aan de
ingang ook geen plaats meer is? Wie zal het zeggen? Het gaat een beetje van
kwaad naar erger. Het lichtspook komt weer opdagen. De kleine ziekenhuiskamer
zorgt ervoor dat ik mijn krukken niet kan gebruiken om mijn geopereerde teen te
ontzien, met een zere teen als gevolg. Het pomptoestel waarmee ze al die
'vuiligheid' in mijn lijf pompen geeft om de haverklap probleempjes, waardoor
het begint te tuten. Vannacht een viertal keer, tel daar nog een drietal
sanitaire slaapstops bij, evenals een hard ronkende kamergenoot, en je krijgt
een idee van mijn slaap-waak-status. Om 6.30 u is men hier al in de weer met
het rondbrengen van het ontbijt. Kun je je inbeelden dat ik niet echt honger
had? Vandaag is het verder dweilen met de kraan open. Geen hap krijg ik naar
binnen gewurmd, met moeite de pillen, poedertjes en siroop. Als ik 's middags
de stolp wegneem van de warme maaltijd (vol-au-vent met worteltjes en puree),
keert mijn maag. Een bonzend hoofd en een aantal pijnlijke hikaanvallen
vervolledigen het plaatje. Arm Pietertje... Maar morgen zal het beter zijn. Dan
passeert de volledige bevolking van het Don Boscocollege op 200 meter van mijn
kamer, een tocht die ik zelf nog heb uitgestippeld.
Ze
stappen voor het goede doel en dat goede doel ligt in Cambodja en wordt
verwezenlijkt door een hervonden vriend uit Cambodja... 'k Voel me dus wel
verbonden en het zal niet leuk zijn om alles vanop afstand en achter glas te
moeten volgen. Maar ik neem revanche! Je weet wel, mijn stapbeurt komt nog wel:
ergens in Galicië in Spanje ligt een stadje dat genoemd is naar de apostel
Jacobus. Sint-Jacob, in het Spaans is dat Santiago.







